De uitdaging: maak de Visie 2030 meer inspirerend én realistischer

Het jaar 2025 markeerde voor de VGN een bijzonder punt: we waren halverwege onze Visie 2030. Een logisch moment om te kijken waar we staan bij de verwezenlijking van dat toekomstbeeld, en om te kijken of de Visie al een update nodig heeft. Theo van Uum en Boris van der Ham, directeur en voorzitter van de VGN, vertellen over het proces én de uitkomsten.

Visie 2030 lichtletters

Van der Ham: ‘In 2020 omarmde de VGN een uitgesproken ambitieuze visie. We willen dat Nederland in 2030 een samenleving is waarin mensen met een beperking gewoon kunnen meedoen. Een samenleving waarin iedereen een betekenisvol eigen leven kan leiden, of je nu een lichte - of een meer complexe beperking hebt. Die droom vormde het hart van de Visie 2030, en daarbij hoorde ook concrete stappen. En inmiddels zijn we dus op de helft.’

Van Uum: ‘Het hebben van zo’n visie helpt ons als vereniging enorm om naar buiten te treden. Het is een duidelijke boodschap waarmee we de aandacht kunnen vragen voor de concrete uitdagingen van onze leden. We kunnen zo ook goed kleinere activiteiten koppelen aan het hoogste doel. En we merken dat zo’n gemeenschappelijke ambitie voor verbinding zorgt tussen onze leden. Het maakt ons samen sterk.’

Twee soorten commentaar

Van der Ham: ‘Tegelijkertijd is het geen 2020 meer, en komt 2030 met rasse schreden dichterbij. De ontwikkelingen in onze samenleving staan ook niet stil: er dreigen steeds meer bezuinigingen op te stapelen, de personeelstekorten worden in onze sector steeds duidelijker, de samenleving wordt steeds ingewikkelder om ‘anders’ in te zijn, maar er zijn ook technologische kansen. Ondanks de grote stappen die we hebben gezet, moeten we de Visie ook bij de tijd houden.’

Van Uum: ‘We kregen vanuit onze leden ook steeds meer opmerkingen over de Visie. Die vielen grofweg in twee scholen uiteen. De ene school vindt dat het allemaal niet snel genoeg gaat, die wil graag een verhaal met meer ambitie zien. En de andere school wil juist meer realisme toevoegen...’

Aanscherping gevraagd

Van der Ham: ‘Dat is nogal uitdagend natuurlijk. We zijn daarom eerst helemaal terug naar de basis gegaan. We hebben aan leden, professionals en cliënten gevraagd: stáát de Visie nog wel? Het antwoord was duidelijk: ja. De Visie staat, en leeft enorm. Maar het is wel fijn als we hem aan kunnen scherpen.’

Preciezere taal, duidelijke accenten 

Van Uum: ‘Daarmee zijn we aan de slag gegaan. Vanuit het VGN-bureau is gesproken met bestuurders, begeleiders en medewerkers, ervaringsdeskundigen, familieleden én externe partijen. Alle bestuurlijke adviescommissies zijn tweemaal geraadpleegd, en ook in het VGN-bestuur hebben we het er natuurlijk herhaaldelijk over gehad.’

Van der Ham: ‘De uitkomst is dat we de kern van de Visie overeind houden, maar wel in andere, preciezere taal uit gaan werken. De definitieve tekst staat nog niet vast, dat wordt de zomer van 2026. Maar het is wel helder waar we meer accenten aan gaan brengen. We leggen bijvoorbeeld meer nadruk op het belang van kinderen en jongeren, en op de volle breedte van de doelgroep. Veel mensen hadden blijkbaar het idee dat onze droom vooral ging over mensen met een LVB. Dat is niet zo.’

Van Uum: ‘We verschuiven het accent ook van zorg naar leven. Want nee, we kunnen als zorg niet alles oplossen, daarvoor zijn we óók afhankelijk van de rest van de samenleving en het netwerk van cliënten. Daar willen we mee samenwerken. Ook omdat zij een constante zijn in het leven van onze cliënten. Zorgmedewerkers zijn per definitie voorbijgangers, hoe cru dat misschien ook klinkt.’

Visie als kompas

Van der Ham: ‘We benadrukken dat elk leven hoogte- en dieptepunten kent. Alle mensen proberen, leren, maken fouten, rouwen en groeien. Ook mensen met een beperking, en ook de mensen die hen ondersteunen. De werkelijkheid in de gehandicaptenzorg is vaak complex en weerbarstig. Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Medewerkers staan naast mensen in hun dagelijks leven en sluiten aan bij wat iemand kan en wil. Ze ondersteunen bij het vinden van eigen ritmes, keuzes en mogelijkheden, en maken voortdurend afwegingen: wat helpt, wat niet, en welke risico’s horen nu eenmaal bij het leven? 

Van Uum ‘Daar zit het vakmanschap van de medewerkers. En we willen dat de nieuwe visie hen daar nog nadrukkelijker bij ondersteunt. We hebben een aantal leidende principes geformuleerd, over eigen regie, samen werken, samen leren en de rol van technologie bijvoorbeeld. Op basis daarvan presenteren we volgend jaar onze geactualiseerde visie. Natuurlijk nog in lijn met de Visie 2030, maar al wel met de blik verder vooruit. En nóg duidelijker bruikbaar als kompas voor medewerkers in de weerbarstige praktijk.’