Arbeidsmarkt: ‘De uitdaging voor de gehandicaptenzorg is glashelder'

Het beeld van de toekomst is al jaren bekend: de zorgvraag neemt toe, terwijl het aantal potentiële medewerkers in de zorg niet meegroeit. Ook het afgelopen jaar zette de VGN zich daarom in voor duurzame inzetbaarheid, gezonde arbeidsvoorwaarden, en een andere organisatie van de zorg. Frank van der Linden, bestuurder bij de Twentse Zorgcentra én bestuurslid van de VGN, vertelt over de visie van de VGN op de arbeidsmarkt.

Een cliënt en begeleider samen

Vertel, hoe staat het ervoor in de gehandicaptensector?

‘De uitdaging voor de gehandicaptenzorg is glashelder: we moeten meer en complexere zorg gaan leveren, met op termijn minder mensen. Dat betekent dus sowieso dat er anders, efficiënter gewerkt moet worden. Én het betekent dat het zaak is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden in de gehandicaptenzorg. Het goede nieuws is dat het onze branche heel behoorlijk lukt om nieuwe medewerkers te werven. Het slechte nieuws is wel dat het ons minder goed lukt om medewerkers ook vast te houden. Daar ligt duidelijk een opdracht voor ons.’ 

En is dit op te lossen?

‘Een deel van de oplossing zit in verwachtingsmanagement. Weten mensen waar ze voor kiezen, als ze de gehandicaptenzorg ingaan? Niet altijd, blijkt uit onderzoek. Zeker de complexe zorg kan fysiek en mentaal behoorlijk uitdagend zijn. Dat is niet erg, maar we moeten er wel helder over zijn. Én we moeten zorgen dat we nieuwkomers er goed in begeleiden, dat we ze goed opleiden en de kans geven vaardigheden te ontwikkelen. Door de werkdruk schiet dat er nu wel eens bij in. Daardoor krijg je een soort vicieuze cirkel: hoe meer mensen vertrekken door een gebrek aan begeleiding, hoe hoger de werkdruk, en hoe moeilijker het wordt om goede begeleiding te geven.’

‘Een ander deel van de oplossing zit in het loslaten van werk. Daarmee bedoel ik dat informele zorgverleners een grotere rol spelen in het leven van onze cliënten. Dat kunnen vrijwilligers zijn, of verwanten van de cliënt. In principe is dat natuurlijk prettig voor alle betrokkenen. En er zijn al veel experimenten mee, maar het blijkt een lastige opgave. Het valt niet mee om mensen te vinden die dat willen, het valt niet mee om afspraken te maken over wat ze mogen en kunnen, en het blijkt óók niet mee te vallen voor zorgprofessionals om een stapje terug te doen.’ 

Dat laatste is ook wel begrijpelijk, toch?

‘Ja, zeker in de gehandicaptenzorg is dat ook wel begrijpelijk. Het is vaak relationele zorg, waarbij je je cliënten vaak lang en goed kent. Daardoor is het soms lastig te accepteren dat we in het leven van de cliënt maar één van de schakels zijn. We maken ons terecht heel hard voor optimale kwaliteit van zorg, maar als álles zorg is, is dat natuurlijk niet goed voor de kwaliteit van leven. Mensen hebben ook belang bij een eigen netwerk, aan sociale contacten, aan een leven buiten de zorg om.’

Het lijkt veerkracht en creativiteit te vragen

‘Ja, en die veerkracht en creativiteit hébben veel mensen in de zorg gelukkig. Die moeten we gaan benutten. De verandernoodzaak lijkt inmiddels groter dan ons verandervermogen. Dat is zorgelijk, en het onderstreept hoe belangrijk het is dat we de komende jaren echt stappen gaan zetten. In een land van systemen en protocollen als het onze, is dat vaak een kwestie van samen zoeken. Wat mogen we van de Inspectie overlaten aan mensen zonder volledige opleiding? Welke eisen stellen gemeenten aan diploma’s? Hoe kijken de vakbonden naar flexibiliteit, bijvoorbeeld in de arbeidstijden?’

Wat doet de VGN hierin?

‘De rol van de VGN daarin is vooral: de aandacht richten op belangrijke thema’s. Enerzijds door te spreken namens de leden, anderzijds door die leden te faciliteren. Dat faciliteren doen we soms heel letterlijk, door menskracht en ruimte beschikbaar te stellen om kennis uit te wisselen, of door de zichtbaarheid van de branche te vergroten. En vaak doen we het door leden te voeden met informatie. En we doen het áltijd door het gesprek binnen de vereniging te faciliteren. De leden bepalen immers de koers.’

Heb je hier voorbeelden van?

‘Qua zichtbaarheid vond ik afgelopen jaar de campagne bij Hoog Catherijne zeer geslaagd, en met de nieuwe cao hebben we ook weer stappen gezet naar een duurzaam gezonde arbeidsmarkt. Maar het Lab 2030 sprong er voor mij wel echt uit. Daar gingen, op initiatief van de VGN, veel teams van onze leden heel pragmatisch aan de slag. Echt experimenteren met concrete oplossingen. Dat is een mooie, waardevolle manier gebleken om andere manieren van werken te onderzoeken en te delen.’