Achtergrond

Taal voor allemaal: Wanneer u mij niet begrijpt, moet ik duidelijker zijn

Leestijd: 8 minuten
Taal voor allemaal

Een taal die iedereen begrijpt, ook mensen die minder taalvaardig zijn - Koraal en de Universiteit van Amsterdam zijn die aan het ontwikkelen: Taal voor allemaal. Andere partijen, waaronder overheden, doen mee. U ook?

Het overkomt ons allemaal: we krijgen een tekst te lezen en snappen niet precies waar die over gaat. We kunnen dan niet goed inschatten wat er van ons gevraagd wordt en wat ons voordeel of nadeel is wanneer we er niets mee doen. Sommige teksten zijn berucht: een huurovereenkomst (de kleine lettertjes), een beschikking of een testament. We vertrouwen er meestal maar op dat de ander het goed met ons voor heeft en stemmen in. 

Er zijn mensen voor wie veel meer teksten lastig zijn. Zij begrijpen de tekst niet en kunnen de geboden informatie niet of niet goed in de praktijk brengen. Die mensen worden ook wel laaggeletterd of zeer laaggeletterd genoemd. Binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is een grote groep cliënten, en soms ook verwanten, laaggeletterd.

Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2 of 3. Het is beter om te spreken van mensen die weinig taalvaardigheid hebben. Hun echte probleem zijn niet de letters en cijfers, maar is het kunnen waarderen en gebruiken van de gesproken en geschreven informatie.

Niet alleen vereenvoudigen

Er zijn op dit moment verschillende initiatieven om helder, klaar of duidelijk te communiceren, en de overheid stelt recent miljoenen beschikbaar aan gemeenten. Maar daarbij wordt nog steeds te weinig rekening gehouden met de mogelijkheden van mensen met weinig taalvaardigheden. Het gaat namelijk niet alleen om het vereenvoudigen van woorden, maar ook om het beter uitleggen van de complexe achtergronden. En om een nauwkeurige inschatting van wat echt gezegd moet worden of wat persé nodig is om te vermelden.

De Wet langdurige zorg (Wlz) bijvoorbeeld, blijft ingewikkeld om te begrijpen, ook al zouden we voor alle complexe begrippen eenvoudigere bewoordingen kiezen. Voor juristen is de wettekst goed te begrijpen. Voor zorgverleners is het een hele kluif, niet iedere zorgverlener zal het klaarspelen. En voor de meeste cliënten en hun verwanten is de tekst niet te doen. Maar zij moeten er ook over geïnformeerd worden: het gaat immers om hen. 

Informatie begrijpelijk maken

‘Taal voor allemaal’ (Tva) is een methode om informatie voor iedereen begrijpelijk te maken. In Tva wordt geschreven of gesproken taal ontwikkeld of ‘hertaald’ in nauwe samenwerking met de beoogde doelgroep van het taalproduct. Dat kan een specifieke groep zijn, bijvoorbeeld alle cliënten die met de Wlz te maken krijgen. Of het kan een brede groep zijn, bijvoorbeeld alle inwoners van een stad. Bij een specifieke groep kan op maat rekening gehouden worden met de informatiebehoefte, de wijze van formuleren en de hoeveelheid informatie die mensen ‘aankunnen’. Bij een brede groep van mensen met en zonder geringe taalvaardigheid moet de informatie in ieder geval ook voor de mensen met weinig taalvaardigheid bruikbaar zijn. 

Binnen Tva zoeken we steeds naar het evenwicht tussen de begrijpelijkheid en de acceptatie van een taalproduct. Daarbij spelen twee uitgangspunten van Tva een belangrijke rol:

  • Het gebruik van taalhandreikingen: tips voor grammatica, woordgebruik en opmaak;
  • Het eventueel toevoegen van afbeeldingen bij geschreven teksten: foto’s, pictos, tekeningen). 

Twee versies: Tva en Tva+

Met betrekking tot die taalhandreikingen zijn in de methode twee versies ontwikkeld: Tva en Tva+. De Tva-versie is bestemd voor mensen met zeer weinig taalvaardigheid. Dit betekent dat daarmee rekening wordt gehouden in de lengte van de zinnen en vooral ook in de hoeveelheid informatie. Voor geschreven taalproducten zijn ook handreikingen voor de opmaak, de lettergrootte het lettertype en de afbeeldingen. De versie Tva+ wijkt hier iets vanaf. De zinnen mogen wat langer zijn, er worden meer koppelwoorden gebruikt, de lettergrootte en opmaak zijn iets anders en er wordt meer informatie aangeboden. 

De keuze voor Tva of Tva+ is afhankelijk van de kenmerken van de beoogde groep. Bij een gemengde groep, zoals alle burgers van een gemeente, is het lastig om het voor iedereen goed te doen. We weten dat wanneer de Tva+ versie gebruikt wordt, een deel (minimaal vijf procent) van de burgers uitgesloten wordt: die zullen dat té moeilijk blijven vinden. Maar we weten ook dat als je die vijf procent wel wilt includeren, je oplossingen moet zien te vinden die door de andere 95 procent ook geaccepteerd zullen worden. En dat is niet altijd makkelijk. De hoeveelheid informatie in de Tva versie is gering, met een opmaak die relatief veel ruimte inneemt. Tva+ ziet er al snel meer uitnodigend uit. Er kan ook gekozen worden voor een gelaagde opbouw, met de kern van de boodschap in Tva en meer informatie in Tva+.

Test het taalproduct

Het derde uitgangspunt van de methode Tva is de test van het taalproduct. Mensen uit de beoogde groep testen de brief, folder, webtekst, of toespraak. De tester geeft antwoord op vragen over lay-out, vormgeving en woordgebruik, maar er wordt ook op verschillende manieren getest of de inhoud van de taalboodschap goed verwoord is en begrepen wordt. De wijze van testen is blijvend onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.

Het samenwerken met de testers stelt hoge eigen. Er moet nagedacht worden over de representativiteit. Belangrijk is het verder te weten in welke mate iemand taalvaardig is en welke voorkennis iemand heeft over het te testen onderwerp. Daarvoor worden in de methode Tva, op grond van wetenschappelijk onderzoek, instrumenten ontwikkeld. 

Toepassing in Maastricht en Amsterdam

Koraal de eerste organisatie die de meerwaarde van Tva erkende. Koraal heeft veel middelen en menskracht ter beschikking gesteld om Tva te kunnen ontwikkelen. De organisatie wil dat haar cliëntcommunicatie Tva-proof wordt. En iedere Koraal-regio geeft hier op dit moment op eigen wijze vorm aan.
Alle gemeenten in Nederland moeten voldoen aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Toegankelijke taal voor alle burgers is daarbij een vereiste. De eerste gemeente die daarom met Tva in zee gegaan is, is Maastricht. Zij testten samen met jongeren met een LVB een aantal brieven op begrijpelijkheid. Inmiddels wordt in Maastricht gewerkt aan andere taalproducten en richtte Maastricht een taalpanel in van mensen die de gemeente adviseert. 

In Amsterdam is samen met onderzoekers en trainers gewerkt aan bestaande gemeentelijke teksten die zijn omgewerkt tot begrijpelijke brieven en beschikkingen. Hierbij is duidelijk geworden dat er niet één keuze te maken valt. Zo blijkt dat twaalf- en dertienjarigen het geen probleem vinden om een brief van de gemeente te krijgen over de identiteitsplicht vanaf veertien jaar in zeer eenvoudige taal (Tva). Ze vinden dit zelfs prettig en duidelijk. Bij volwassenen ligt dit anders. Een deel van de doelgroep vindt de aangeboden tekst té eenvoudig of de toon niet aansprekend genoeg.

De keuze voor het standaard taalniveau waarop organisaties hun communicatie aanbieden is een beleidskeuze. De gemeente Amsterdam kiest voor Tva+ en traint nu zelf medewerkers in het gebruik van de methode.

Netwerk Taal voor allemaal 

Taal voor allemaal is volop in ontwikkeling. Naast de handboeken voor de concrete toepassing van Tva en Tva+ zijn trainingen en een Train-de-trainer-module ontwikkeld. Ook geven we workshops. Een Tva-netwerk en een Tva-expertisecentrum worden op korte termijn gestart.

Het aantal gebruikers van Tva is inmiddels sterk gegroeid. Steeds meer organisaties willen taalproducten in Tva of laten medewerkers trainen in Tva. In ieder deelproject worden nieuwe ervaringen opgedaan die kunnen leiden tot aanpassingen in de handboeken en trainingen. Dit geldt ook voor het inpassen van de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, dat ook met internationale collega’s wordt vormgegeven.

Wij hopen dat steeds meer partners zich zullen aansluiten bij het Tva-netwerk. Dan kunnen we elkaar beter begrijpen en realiseren wij daadwerkelijk inclusie. Voel u uitgenodigd!

Xavier Moonen is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, bijzonder lector aan Zuyd Hogeschool, adviseur bij Koraal en ontwikkelaar van Taal voor allemaal: x.m.h.moonen@uva.nl 
Enid Reichrath is werkzaam als onderzoeker bij gemeente Maastricht en is onderzoeker van en trainer in Taal voor allemaal: enid@toetsenmetenweten.nl

Voor informatie over Taal voor Akkemaal: Tessie Wittelings, twittelings@koraal.nl

Tekstvoorbeeld

Om Tva te illustreren hebben wij een tekst van de website van de VGN in Tva gezet. Hieronder staan eerste de oorspronkelijke tekst, daarna de Tva-versie en dan meer uitleg in Tva+, beginnende met het kopje ‘Hulp aan mensen met psychiatrische problemen’

Oorspronkelijke tekst

Tweede Kamer stemt in om ggz ook toegang te geven tot de Wet langdurige zorg 

Op 2 juli heeft de volledige Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel om de Wlz te wijzigen. Deze wetswijziging regelt dat er ook toegang tot de Wlz mogelijk wordt op grond van een psychische stoornis. Dit is van toepassing voor mensen ouder dan 18 jaar. Om een zorgvuldige openstelling voor kinderen en jongeren te realiseren is een amendement ingediend. Dit amendement is kamerbreed aangenomen. De VGN is blij met deze ontwikkeling. 

Voor de VGN was het teleurstellend dat in het wetsvoorstel gekozen is voor de leeftijdsgrens van 18 jaar. Tijdens het rondetafelgesprek hierover hebben wij gepleit om de psychiatrische problematiek ook bij jeugd mee te wegen in de beoordeling van de toegang tot de Wlz. In de voorbereiding van het plenair debat hebben wij via een brief aan de Kamerleden (zie bijlage) hier weer aandacht voor gevraagd. 
In het debat werd door meerdere partijen aandacht gevraagd voor jeugd. De partijen D66, GroenLinks, CDA en VVD hebben een amendement ingediend om te werken aan een zorgvuldige openstelling voor jeugdigen. Er zijn een aantal voorwaarden opgenomen: 

  • In beeld hebben van de groep kinderen en jongeren met een psychische stoornis die in aanmerking komen voor een Wlz-indicatie. Het gaat dan ook om de omvang van de groep en zicht op de problematiek. Dit om te voorkomen dat jeugdigen onterecht naar het CIZ worden doorverwezen. 
  • De overheveling van de jeugdwet naar de Wlz moet voor alle betrokkenen uitvoerbaar zijn. Het gaat dan om het CIZ, gemeenten, Zorgkantoren en zorgaanbieders. 
  • De financiële consequenties moeten in kaart worden gebracht. Hierbij is het uitgangpunt budgettaire neutraliteit. 

De staatssecretaris heeft toegezegd om het onderzoek naar deze voorwaarden in de zomer uit te zetten. De rapportage hierover volgt dan in de zomer van 2020. Wanneer er een positief besluit komt dan is de verwachting dat de indicaties per 1 januari 2023 ingaan. Het jaar 2022 wordt dan benut voor de voorbereidingen. 

Tegelijk werd er door Kamerleden ook aandacht gevraagd voor de plicht die gemeenten hebben om passende jeugdhulp te bieden, op basis van langdurige beschikkingen. 

Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer. Planning is om het wetsvoorstel in het najaar te behandelen, zodat de wet per 1 januari 2020 in kan gaan. Vanaf die datum kan het CIZ ook indicaties voor ggz-zorgprofielen afgeven. Deze indicaties gaan in per 1 januari 2021.  

Tva-versie

Wet langdurige zorg straks ook voor kinderen met psychiatrische problemen

Sommige kinderen met psychiatrische problemen hebben hun hele leven hulp nodig.

Psychiatrische problemen zijn problemen in je hoofd.

De Jeugdwet betaalt nu de hulp voor deze kinderen.

Van de Jeugdwet moet het geld voor de hulp iedere keer opnieuw worden aangevraagd.

Iedere keer opnieuw geld voor hulp aanvragen is erg lastig.

Er is ook een andere wet: de Wet langdurige zorg.

In de Wet langdurige zorg is het geld voor de hulp voor altijd.

Van de Wet langdurige zorg hoeft het geld voor de hulp niet iedere keer opnieuw te worden aangevraagd.

De politiek in Den Haag wil de Wet langdurige zorg veranderen.

De politiek wil dat geld voor hulp voor kinderen met psychiatrische problemen komt van de Wet langdurige zorg.

Tva+

Hulp aan mensen met psychiatrische problemen

Mensen met psychiatrische problemen krijgen hulp.

Psychiatrische problemen zijn problemen in je hoofd waar je heel veel last van kunt hebben.

De hulp aan mensen met psychiatrische problemen heet geestelijke gezondheidszorg.

Geestelijke gezondheidszorg wordt ook geschreven als ggz.

Wet langdurige zorg

De Wet langdurige zorg regelt de betaling van hulp.

De Wet langdurige zorg wordt ook geschreven als: Wlz.

De Wlz is voor mensen die hun hele leven hulp nodig hebben.

Volwassen mensen in de ggz

De Wlz verandert voor volwassen mensen die hun hele leven ggz-hulp nodig hebben.

Het geld voor de ggz-hulp voor deze volwassen mensen komt vanaf 1 januari 2021 van de Wlz. Dat was eerst niet zo.

Kinderen en jongeren in de ggz

Sommige kinderen en jongeren hebben hun hele leven hulp nodig van de ggz.

Het geld voor de hulp aan deze kinderen en jongeren komt nu van de Jeugdwet.

Van de Jeugdwet moet het geld voor de hulp aan deze kinderen en jongeren iedere keer opnieuw aangevraagd worden. Dat is heel lastig en niet nodig.

Want de hulp die ze nodig hebben verandert nooit.

Xavier Moonen en Enid Reichrath

Deze pagina is een onderdeel van: