FAQ

Veelgestelde vragen over het coronavirus

Tekstalternatief

Algemeen: het is belangrijk dat zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg de adviezen of aanwijzingen van de GGD en het RIVM overnemen. De GGD is in geval van een besmetting het eerste aanspreekpunt voor zorgaanbieders.

Hieronder vindt u veelgestelde vragen. U vindt hier antwoorden op algemene vragen over de gevolgen van het coronavirus en op vragen over arbeidsvoorwaarden.

Algemene vragen

Vragen over persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) +

Wanneer moet ik persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gebruiken? +

Er is een tekort aan beschermingsmiddelen in Nederland. Daarom is het belangrijk dat deze beschermingsmiddelen worden ingezet als dat nodig is. Dus niet te vroeg en niet te laat. Daarom heeft het RIVM de richtlijn “Uitgangspunten PBM buiten het ziekenhuis” ontwikkeld. Deze richtlijn geeft aan in welke situaties zorgmedewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen moeten gebruiken om besmetting te voorkomen.  

Als een arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG) of een huisarts constateert dat er een gerede kans op besmetting met het coronavirus is, wordt een cliënt doorgestuurd voor een test en moeten volgens deze richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt bij persoonlijke verzorging en lichamelijk onderzoek. Op dat moment gaan we er namelijk van uit dat een cliënt COVID-19 heeft tot het tegendeel bewezen is. 

De V&VN heeft een pagina gepubliceerd waar actuele informatie te vinden is over wanneer je welke beschermingsmiddelen gebruikt en handige tips worden genoemd over hoe en waarom je deze PBM gebruikt.

Hoe gebruik ik persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)? +

Experts van het RIVM en de V&VN hebben handige tools voor ontwikkeld. Graag verwijzen wij u dan ook door naar de sites waar deze informatie is te vinden:

Het RIVM heeft een lijst met veel gestelde vragen en antwoorden over beschermingsmiddelen opgesteld en op hun website gepubliceerd. De lijst is opgesteld n.a.v. vragen die hier RIVM vanuit verschillende kanten hebben bereikt. Het is de bedoeling dat dit een groeiend document wordt waar op termijn ook andere onderwerpen aan kunnen worden toegevoegd. Ook de gegeven antwoorden zullen continu worden bijgesteld aan de laatste inzichten. Wij adviseren u om deze periodiek te raadplegen.

Daarnaast heeft de V&VN een pagina gepubliceerd waar actuele informatie te vinden is over wanneer je welke beschermingsmiddelen gebruikt en handige tips (filmpjes) over hoe en waarom je deze PBM gebruikt.

Wanneer en hoe gebruik ik een mondmasker? +

Als zorgmedewerker wil je graag weten of het zin heeft om een mondmasker te dragen om je te beschermen tegen het coronavirus. Mondmaskers zijn medische hulpmiddelen die druppeltjes uit de neus en keel kunnen tegenhouden. In de gezondheidszorg worden ze gebruikt door medewerkers die coronapatiënten verzorgen. De maskers zorgen ervoor dat de medewerkers zelf niet besmet raken. Het is niet zinvol en niet nodig om uit voorzorg altijd een mondmasker te dragen. 

Het risico op besmetting voor een medewerker is afhankelijk van hoe vaak en hoe intensief de medewerker in contact komt met druppeltjes uit de neus en de keel van coronapatiënten. Dit risico is het grootst voor medewerkers die risicobehandelingen moeten uitvoeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het uitzuigen van de longen. Ook bij lichamelijk onderzoek of persoonlijke verzorging is er intensief contact en risico op besmetting. In die gevallen moeten zorgmedewerkers een (medisch) mondmasker dragen dat extra beschermt. Echter, als een zorgmedewerker alleen even iets aangeeft aan een patiënt of iemand even snel te hulp schiet, is de kans minimaal dat de zorgmedewerker net op dat ene moment besmet raakt. Daarom is het niet nodig om steeds een mondmasker te dragen. 

Zorgmedewerkers die last hebben van neusverkoudheid, hoesten of koorts kunnen zich laten testen op coronavirus. Om te voorkomen dat zij patiënten besmetten moeten zij thuisblijven totdat de uitslag van de test bekend is. Zie verder het testbeleid zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Zie de website van het RIVM voor meer informatie over mondmaskers voor zorgmedewerkers. Hier is meer informatie (factsheets en instructiefilmpjes) over het gebruik van het mondmasker en andere PBM te vinden.

Wanneer moet ik een medisch mondkapje gebruiken? +

In de zorg moeten medewerkers bij de verzorging van cliënten die (mogelijk) besmet zijn met het coronavirus op basis van de richtlijn van het RIVM gebruik maken van chirurgische mondkapjes IIR. Deze mondmaskers zijn medische hulpmiddelen die druppeltjes uit de neus en keel kunnen tegenhouden en zorgen ervoor dat de medewerkers zelf niet besmet raken. Deze medische mondkapjes mogen niet buiten de zorg worden ingezet.

Binnenkort is het in het openbaar vervoer ook verplicht om een mondkapje te dragen. Het gaat hierbij echter om niet-medische mondkapje die voorkomen dat je mogelijk medereizigers besmet. Deze mondkapjes hebben een veel lager beschermingsniveau en mag je zelf maken.

Voor meer informatie over het gebruik van mondkapjes verwijzen wij naar de veel gestelde vragen op de website van het RIVM.

Hoe ga ik om met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) bij cliënten met (ernstige) gedragsproblemen? +

Afstand houden kan in sommige gevallen lastig zijn door gedragsproblematiek van cliënten, zoals agressief gedrag richting een zorgmedewerker. Ook kan juist het gebruik van PBM een angstige of agressieve reactie oproepen bij de cliënt. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers volgens de richtlijn van het RIVM op basis van hun professionele oordeel besluiten om beredeneerd af te wijken van de RIVM-uitgangspunten. Het is aan te raden om in goed overleg met collega/ team, gedragskundige en eventueel een arts tot een besluit te komen over het al dan niet gebruik van PBM bij cliënten met gedragsproblemen. 

Vragen over testen op het coronavirus +

Wat is het testbeleid voor zorgmedewerkers? +

Met het oog op meer testcapaciteit is de RIVM-richtlijn Inzet en testbeleid medewerkers gehandicaptenzorg en het stroomschema herzien. De richtlijn geeft aan wanneer een medewerker moet worden getest op het coronavirus, wanneer dat niet nodig is of wanneer dat het juist verstandig is om even niet te werken.  In principe wordt iedere medewerker getest die klachten heeft van hoesten en/of neusverkoudheid (zonder koorts) én genoodzaakt is om nabije zorg te verlenen aan cliënten.

Wat is het testbeleid bij cliënten? +

Testen is belangrijk voor woonzorgcentra of andere plekken waar veel kwetsbare mensen bij elkaar wonen. Dit is van belang voor zorg- en verpleegbeleid in de instelling, zoals PBM gebruik, isoleren en uitbraakprotocollen. Het testen kan ook van belang zijn voor de behandeling of verpleging van een individuele cliënt, die woont in een woonvorm of instelling. Het RIVM onderscheidt daarvoor twee risicogroepen bij instellingen. Cliënten met ernstige gedragsproblematiek / een gestoord oordeelsvermogen en mensen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Het testbeleid en de risicogroepen zijn beschreven in de bijlage Testbeleid risicogroepen. Een arts of gedragskundige kan beoordelen of een test nodig is.

Waar kan een zorgmedewerker terecht voor een test? +

Een zorgmedewerker neemt contact op met de werkgever (via de leidinggevende) voor de procedure rondom testen.

In de meeste gevallen zal een betrokken bedrijfsarts, AVG of huisarts, indien nodig, contact opnemen met de GGD voor een doorverwijzing om de zorgmedewerker te laten testen. Indien er binnen de instelling geen arts is aangewezen die u kan doorverwijzen, kunt u contact opnemen met uw regionale GGD.

Voor meer informatie over het testen van zorgmedewerkers, kunt u het volgende artikel lezen.

Waar kan een cliënt terecht voor een test? +

Een cliënt die in een woonvorm of instelling woont neemt bij klachten van hoesten, kortademigheid en/of koorts contact op met de arts van de instelling (of de huisarts) voor de procedure rondom testen.

Is er voldoende testcapaciteit? +

Ja, er is voldoende testcapaciteit, dus er is geen reden om zorgmedewerkers niet door te verwijzen voor een test naar de GGD.

Moet het altijd een bedrijfsarts zijn die beoordeelt of een zorgmedewerker getest mag worden? +

Nee, het is aan de zorginstelling om aan te wijzen welke arts de triage doet voor de zorgmedewerkers met klachten. Een keuze voor de bedrijfsarts heeft, gezien zijn rol en relatie met werknemer en werkgever, de voorkeur. Maar er zijn ook andere opties, zoals de instellingsarts. Het maakt voor de GGD niet uit welke arts de triage uitvoert. De GGD is bereid de triage van de zorgwerker op zich nemen in het geval er geen arts beschikbaar is zoals vaak het geval bij kleine zorginstellingen. Zorginstellingen kunnen hierover met de GGD in hun regio afspraken maken.

Is er binnen uw instelling geen arts aangewezen die u kan doorverwijzen, neem dan contact op met uw regionale GGD. De gegevens vindt u op ggd.nl.

Wanneer kan een zorgmedewerker na een positieve test weer werken? +

In principe mag een medewerker, na een positieve test, pas weer aan het werk wanneer hij 24 uur geheel klachtenvrij is. Dan kan de situatie ontstaan dat iemand heel lang thuis moet blijven. Er wordt nagedacht over mogelijkheden om een medewerker toch wat eerder in te kunnen zetten. Bijvoorbeeld met PBM bij milde klachten, bij klachten met een vermoedelijk andere oorzaak zoals hooikoorts of inzet op een COVID-unit. Dit zijn vragen waar de deskundigen van het RIVM momenteel mee bezig zijn. We houden u via dit artikel op de hoogte.

Hoe is de bekostiging van het testen van zorgmedewerkers (werknemers en zzp’ers) geregeld? +

In principe is het testen van zorgmedewerkers een werkgeversverantwoordelijkheid. In deze uitzonderlijke situatie is besloten dat het testen van zorgwerkers buiten de ziekenhuizen door de GGD kan plaatsvinden op rekening van het Openbare Gezondheidszorgbudget. Hier is voor gekozen om geen financiële drempel op te werpen voor vooral kleine instellingen en houders van een persoonsgebonden budget. De GGD test daarbij alle zorgmedewerkers, ongeacht of ze werknemer of zzp-er zijn. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat zorgmedewerkers zelf moeten betalen voor een test bijvoorbeeld via het eigen risico van hun zorgverzekering.

Mag een zorgaanbieder de temperatuur van cliënten en bezoekers opmeten als toegangscontrole tot de dagbesteding/zorginstelling? +

Nee, dit mag niet als de zorgaanbieder iets met de gegevens van het temperaturen doet (bewaren, registreren, doorgeven) of wanneer deze gegevens automatisch worden verwerkt (bijv. poortje open/groen licht). Het temperaturen valt dan onder de bescherming van de privacywet (Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)).

Wanneer de uitslag van de temperatuur alleen wordt afgelezen (en deze niet bedoeld is om te bewaren, registreren of door te geven) en zonder automatische verwerking, dan valt het aflezen van de temperatuur niet onder de bescherming van de AVG en het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Is de AVG niet van toepassing dan moet de zorgaanbieder ook kijken of er sprake is van een inbreuk op het grondrecht: het inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de cliënt/bezoeker. Dit is een afweging. Wat in ieder geval hierbij meeweegt is de vraag of het temperaturen een effectief middel is om het doel, het traceren van een besmetting van corona, te bereiken (zie ook onderaan deze q&a). De cliënt/bezoeker kan altijd een klacht indienen of naar de rechter gaan wanneer er in zijn/haar ogen sprake is van een inbreuk op zijn grondrecht.

Toelichting
Het temperaturen valt onder de bescherming van de AVG wanneer iets met de uitslag wordt gedaan, zoals het bewaren, registreren of doorgeven van de gegevens. Daarnaast valt het temperaturen onder de bescherming van de AVG als de uitslag automatisch wordt verwerkt, zoals bijv. automatische toegangspoortjes. Bij temperaturen als toegangscontrole zal een van deze twee meestal aan de orde zijn. Er wordt immers niet voor niets gemeten. Uitkomsten zullen vaak moeten worden doorgegeven en ergens worden geregistreerd om iemand toegang te geven of te weigeren.

De vuistregel is dat zorgaanbieders gezondheidsgegevens mogen verwerken als dit noodzakelijk is voor de zorgverlening. De AVG en de Uitvoeringswet AVG, biedt zorgaanbieders geen uitzonderingsgrond om de temperatuur van cliënten en bezoekers op te meten als toegangscontrole. Het temperaturen gebeurt dan als toegangscontrole en is niet noodzakelijk voor de zorgverlening.

Wanneer de uitslag van de temperatuur alleen wordt afgelezen en deze niet bedoeld is om te bewaren (door te geven/registreren) en zonder automatische verwerking (bijv. poortjes die openen, groen licht), dan valt het aflezen van de temperatuur niet onder de bescherming van de AVG en het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Ondanks dat de bescherming van de AVG niet aan de orde is heeft een ieder recht op bescherming van zijn of haar persoonlijke levenssfeer. Dit is een grondrecht. De privacyinbreuk hierop door de zorgaanbieder kan groot zijn als bijvoorbeeld de cliënt na de temperatuurmeting niet mag deelnemen aan de dagbesteding of wanneer de cliënt/bezoeker geen toegang verkrijgt tot de zorginstelling. Andere personen kunnen diegene zien vertrekken of mogelijk uit de afwezigheid van deze persoon conclusies over zijn/haar gezondheid trekken. De cliënt of bezoeker kan een klacht indienen of naar de rechter gaan als hij/zij van mening is dat de zorgaanbieder zijn grondrecht heeft geschonden.

Mag temperaturen als toegangscontrole op grond van de AVG wel als de client toestemming geeft?
Ook wanneer de cliënt of bezoeker uitdrukkelijk toestemming geeft dan mag de zorgaanbieder de cliënt/bezoeker niet temperaturen. De toestemming van de cliënt/bezoeker is namelijk niet geldig omdat deze niet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig is gegeven. In dit geval is voornamelijk de eis van 'vrij' relevant. Vrij betekent dat iemand daadwerkelijk de keuze moet hebben om te weigeren, zonder dat hier negatieve consequenties aan verbonden zijn. In dit geval bestaat de kans dat de cliënt/bezoeker een druk voelt om toestemming te moeten geven voor het laten meten van zijn/haar temperatuur omdat hij/zij anders niet toegelaten zal worden tot de zorginstelling/dagbesteding.

Is temperaturen effectief?
Het RIVM geeft aan dat bij slechts een klein deel van de besmettingen sprake is van verhoging. Dat betekent dat bij temperaturen het merendeel van de besmettingen niet in beeld komt. Omdat de effectiviteit van temperaturen niet vast staat dient de zorgaanbieder zich af te vragen of het opmeten van de temperatuur noodzakelijk is en of er ook alternatieven mogelijk zijn die minder privacy belastend zijn voor de cliënt/bezoeker om te achterhalen of iemand besmet is met het coronavirus.  

Waar kan ik meer informatie vinden over dit onderwerp?
Meer informatie over dit onderwerp vind je in de Q&A’s van de Autoriteit Persoonsgegevens

Vragen over de bezoekregeling +

Waar vind ik de handreiking bezoek gehandicaptenzorg? +

Voor meer informatie over de laatste ontwikkelingen rond de bezoekregeling verwijzen wij u graag naar dit artikel. Daar vindt u ook de handreiking bezoek gehandicaptenzorg.

Geldt voor de gehandicaptenzorg één landelijk vastgestelde bezoekregeling? +

In de routekaart Gehandicaptenzorg is opgenomen dat iedere cliënt in een instelling of kleinschalige woonvoorziening uiterlijk 15 juni op een goede manier een vorm van bezoek kan ontvangen. Voor zorgorganisaties is een handreiking opgesteld om hier samen met cliënt en verwanten afspraken over te maken.  

Deze handreiking is tot stand gekomen met leden, cliëntenorganisaties, NVAVG en NVO. Het RIVM heeft advies gegeven. 

Waarom is er speciale bezoekregeling voor de gehandicaptenzorg vastgesteld? +

De gehandicaptenzorg kent veel verschillende woon en verblijfsvormen. Ook de populatie bij de zorgaanbieders is divers en de risicoprofielen van cliënten verschillen enorm. Daarom heeft de gehandicaptenzorg een eigen bezoekersregeling. 

De gehandicaptenzorg is ervan doordrongen dat het voor de psychische en sociale gezondheid van essentieel belang is dat mensen met een beperking contact kunnen houden met hun (gezins)systeem. Daarom wordt gerealiseerd dat er bezoek mogelijk is, waarbij er wel een risico-afweging plaatsvindt en de richtlijnen van de overheid en het RIVM de basis zijn. 

Geldt de mogelijkheid van bezoek voor heel Nederland? +

Ja, tenzij er voor een regio door de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) of de GGD extra beperkende maatregelen zijn opgelegd. De aangescherpte maatregelen voor een regio moeten ook door zorgorganisaties direct worden nageleefd in het belang van de gezondheidssituatie in de regio.

Kan een ouder of verwant verboden worden om bij zijn of haar kind op bezoek te gaan? +

Ja, dat kan nog steeds. Het is een besluit dat, zoveel mogelijkheid in gezamenlijkheid met ouder/verwant en weloverwogen genomen zal worden na een zorgvuldige afweging van de risico’s voor cliënt en medebewoners. Het heeft immers pijnlijke consequenties voor cliënten en ouders of andere verwanten. Het is de verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie om cliënten en verwanten duidelijk en tijdig te betrekken en te informeren over het besluit, de overwegingen, de gevolgen van het besluit en de voortgang van afspraken over bezoek. 

Kunnen zorgorganisaties de mogelijkheden om op bezoek te gaan bij cliënten zomaar beperken? +

Ja, ook voordat de coronacrisis uitbrak, beperkten zorgorganisaties de mogelijkheden om bij cliënten op bezoek te gaan. Dat kan zowel praktische als zorginhoudelijke redenen hebben. Veel zorgorganisaties hanteren bijvoorbeeld bezoektijden. Ook kan bepaald worden dat cliënten die veel rust nodig hebben tijdelijk geen of minder bezoek krijgen. Het coronavirus is reden om de bezoekregelingen tijdelijk aan te passen. Zorgorganisaties hebben de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat cliënten die aan hun zorgen zijn toevertrouwd en medewerkers besmet worden met dit virus. Dit is gebaseerd op de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die bepaalt dat zorgorganisaties goede zorg moeten aanbieden, waaronder in ieder geval ook veilige zorg wordt verstaan. Veilige zorg impliceert dat het risico op besmetting zo klein mogelijk moet worden gehouden. De veiligheid van cliënten en medewerkers rechtvaardigt dus de tijdelijke beperkingen van de mogelijkheden om bezoek te ontvangen.  

Hebben cliënten dan geen recht op bezoek? +

Cliënten hebben recht op bezoek conform de regeling die daarvoor geldt binnen de zorgorganisatie. In de gegeven omstandigheden is het voor de bescherming van de veiligheid van cliënten en medewerkers noodzakelijk om die regeling aan te passen.

Wat gebeurt er als een bezoeker zich niet houdt aan de afspraken over bezoek? +

Wanneer iemand een locatie betreedt ondanks dat hij dat niet mag, zal hij daarop worden aangesproken door de zorgorganisatie. Evenals wanneer hij zich niet houdt aan de gemaakte afspraken. Wanneer de bezoeker niet weggaat of nog steeds probeert de locatie te betreden dan kan de zorgorganisatie de hulp van de politie inschakelen. Zo nodig kan diegene door de politie uit de locatie verwijderd worden.

Kan een cliënt logeren bij verwanten? +

In onderling overleg tussen zorgorganisatie, cliënt en verwant worden hierover afspraken gemaakt. Uiterlijk 1 juli zijn deze duidelijk. De cliënt kan alleen terugkeren als er geen verschijnselen zijn die passen bij COVID-19, zowel bij de cliënt als bij de verwanten. Dit om besmettingsgevaar voor andere cliënten en medewerkers te beperken.

Moet het stappenplan uit de Wet zorg en dwang gevolgd worden als besloten wordt om de mogelijkheden om cliënten te bezoeken te beperken? +

Het stappenplan uit de Wet zorg en dwang is een besluitvormingsprocedure die gevolgd moet worden als zorg in het zorgplan van een cliënt wordt opgenomen waartegen de cliënt (of zijn vertegenwoordiger) zich verzet. Dan is sprake van onvrijwillige zorgverlening. Een vorm van onvrijwillige zorg is het ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’. Het gaat dan echter niet om maatregelen die voor iedereen gelden, zoals de beperkingen om op bezoek te gaan om besmettingsgevaar zoveel mogelijk te voorkomen, maar om beperkingen waartoe voor een individuele cliënt wordt besloten (bijvoorbeeld beperking van bezoek omdat de cliënt door te veel bezoek overprikkeld kan raken of beperking van bezoek door loverboys geen toegang te geven). Het stappenplan is dus niet van toepassing als besloten wordt om de mogelijkheden te beperken om alle cliënten die op een locatie verblijven te bezoeken. Overigens heeft het ministerie van VWS bekendgemaakt dat tijdens de coronacrisis kan worden afgeweken van het stappenplan uit de Wzd als dat in de gegeven omstandigheden nodig is. (https://www.dwangindezorg.nl/wzd/wzd-en-coronacrisis). 
 

Geldt voor bezoek ook dat er 1,5 meter afstand gehouden moet worden tot de cliënt en medewerkers? +

Ja, dat klopt. Voor kwetsbare cliënten en/of cliënten waar dit niet realiseerbaar is, wordt uitgegaan van 1 of maximaal twee vaste bezoekers. Cliënten die zich wel aan de 1,5 meter afstand kunnen houden, mogen bezoek ontvangen van wisselende personen onder voorwaarde dat zij zich daadwerkelijk aan de 1,5 meter afstandsregel houden. 

Wat is er uit wetenschappelijk onderzoek bekend over de impact voor cliënten van het langdurig geen bezoek kunnen ontvangen als gevolg van de coronacrisis? +

De Associatie van Academische Werkplaatsen Verstandelijke Beperkingen heeft voor de VGN de internationale stand van de kennis over de impact van de bezoekregeling in de gehandicaptenzorg op een rijtje gezet. Dat dit impact heeft is niet aan te geven, maar ook niet uit te sluiten. Uit voorzorg inzetten van digitaal contact zou passend kunnen zijn, maar ook dat is nog niet door onderzoek onderbouwd. Op korte termijn komt er vervolgonderzoek. Daarna komen er updates. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij graag naar dit artikel met bijbehorende uitleg.

Vragen over dagbehandeling, dagbesteding en onderwijs +

Wat zijn de gevolgen van de bezoekregeling voor de dagbesteding in de gehandicaptenzorg? +

Op dagbestedingslocaties komen vaak cliënten vanuit meerdere adressen bij elkaar. Hierdoor is het risico op verspreiding van het coronavirus groot. Veel dagbestedingslocaties hebben hun activiteiten daarom gestaakt. Door zorgaanbieders en anderen wordt hard gewerkt om een andere dag invulling voor cliënten te organiseren, bijvoorbeeld online. In enkele gevallen worden de dagbestedingsactiviteiten wel doorgezet. Zorgaanbieders maken hierbij hun eigen afweging en treffen maatregelen om de veiligheid van de cliënten zo veel mogelijk te beschermen. Heeft u vragen? Neem contact op met de zorginstelling of stuur uw vraag naar corona@vgn.nl.

Onze dagbesteding is gesloten. Toch zien we een stijgende vraag naar opvang. Wat kunnen we doen? +

Organisaties zien dat het voor zowel cliënten als hun netwerk thuis belangrijk is dat er waar mogelijk opvang of ondersteuning geregeld wordt. Het is fijn als organisaties er alles aan proberen te doen om cliënten de structuur te bieden die zij (hard) nodig hebben en\of het netwerk thuis te ontlasten. In deze tijd gaat de voorkeur uit naar (individuele) ondersteuning op afstand, via digitale kanalen en telefonisch. Dus het bieden van alternatieven voor thuis of op de woonlocatie. Soms vinden organisaties het noodzakelijk voor het psychisch/sociaal-emotionele functioneren van de cliënt  en zijn gezinssysteem om toch dagbesteding of opvang te organiseren voor een individuele cliënt of in een hele kleine groep.

De zorgaanbieder maakt op organisatieniveau, met oog voor de diversiteit van de cliënten en locaties, een eigen risicoafweging. De aanbieder bepaalt bij welke cliënten en gezinssystemen er de noodzaak is om dagbesteding of opvang te organiseren. Organisaties mogen hierin de keuzes maken die zij nodig achten. Lees er hier meer over.

Vragen over logeren en logeeropvang +

Er is landelijk afgesproken dat per 1 juli logeren buiten de zorginstelling weer mogelijk is. Betekent dat dat logeren eerder niet mogelijk is? +

In goed overleg is het mogelijk de afspraken over logeren eerder in te laten gaan.

Geldt de datum van 1 juli ook voor logeeropvang? +

De datum van 1 juli geldt niet voor logeeropvang. Deze vorm van ondersteuning is, zeker voor jeugdigen, de afgelopen maanden deels gecontinueerd of inmiddels weer opgestart binnen de mogelijkheden en grenzen van de algemene maatregelen.

Als het gaat om logeren buiten de zorgorganisatie. Bij wie mogen cliënten gaan logeren? +

Uit logeren gaan vindt bij voorkeur plaats bij de mensen die ook op bezoek komen. Op die manier wordt het aantal contacten beperkt.

Er lijkt geen uniform beleid tussen zorgorganisaties over logeren. Hoe komt dat? +

Het klopt dat in de praktijk zorgorganisaties onderling verschillende keuzes kunnen maken over bijvoorbeeld logeren. Dat is ook logisch omdat de diverse locaties, leeftijden, doelgroepen en individuele situaties tussen en ook binnen organisaties enorm van elkaar kunnen verschillen. In de routekaart gehandicaptenzorg is wel opgenomen dat er uiterlijk 1 juli afspraken gemaakt moeten zijn over logeren voor cliënten die wonen bij een zorgaanbieder. Dit is gedaan om er zeker van te zijn dat die afspraken ook daadwerkelijk gemaakt worden.

Onze zorgorganisatie is erg terughoudend over het thuis logeren. Wat kunnen wij hieraan doen? +

Er zal een reden zijn waarom het (nog) niet mogelijk is om thuis te logeren. De organisatie moet hierover met de cliënt/verwant in gesprek gaan. Doel van het gesprek is om te bespreken wat nodig is om van beide kanten vertrouwen te hebben in een veilige invulling van het logeren.

Onze zorgorganisatie lijkt allerlei extra regels in te voeren rondom logeren. Kan dat? +

Het klopt dat in de praktijk zorgorganisaties onderling verschillende keuzes kunnen maken over bijvoorbeeld logeren. Dat is ook logisch omdat de diverse locaties, doelgroepen en individuele situaties tussen en ook binnen organisaties enorm van elkaar kunnen verschillen. In sommige gevallen zal het misschien nodig zijn om extra afspraken te maken.

De cliënten die gebruik maken van logeren kunnen de 1,5 meter niet altijd handhaven. Betekent dit dat deze cliënten (nog) geen gebruik mogen maken van de logeeropvang? +

Het houden van 1,5 meter afstand is een norm die op dit moment in heel Nederland geldt voor mensen van 18 jaar en ouder. Het hanteren van de 1,5 meter afstand is binnen de gehandicaptenzorg echter niet altijd realistisch. In contact tussen jongeren en volwassenen en tussen volwassenen onderling blijft de 1,5 meter afstand zo veel als mogelijk van toepassing.

Het niet (altijd) kunnen hanteren van de 1,5 meter afstand betekent niet dat deze cliënten geen ondersteuning kunnen krijgen, integendeel. Als organisatie is het van belang dat je dan zoekt naar mogelijkheden om gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken. Dat geldt ook voor de invulling van het logeren. Denk bijvoorbeeld aan het werken in vaste en kleine groepen met vaste begeleiders en probeer de wisseling van ruimten te beperken. Meer informatie is te vinden in de handreiking Kinderdienstencentra, opvang en logeren.

Hoe zorg je voor een veilige terugkeer na logeren? +

Het team maakt voorafgaand aan het logeren afspraken met de cliënt en verwanten over: 

  1. Het hanteren van de basisregels tijdens het logeren: bij klachten: blijf thuis, houd afstand, vermijd drukte en was vaak je handen
  2. Het direct melden wanneer de cliënt of één van de nabije contacten ziekteverschijnselen krijgt die passen bij corona
  3. Degene met klachten testen en de cliënt (zo mogelijk ter plekke) in quarantaine totdat de uitslag van de test bekend is (ongeveer 48 uur)
  4. Bij twijfel een arts of GGD inschakelen

Logeeropvang is één van de ondersteuningsmogelijkheden die organisaties bieden aan cliënten. De invulling van de ondersteuning kan nu niet op dezelfde manier als voor de coronaperiode. +

Cliënten krijgen soms naast logeeropvang ook andere vormen van ondersteuning, zoals ambulante ondersteuning, dagbesteding, vakantieopvang. Neem het geheel van het ondersteuningsaanbod voor de cliënt en zijn/haar netwerk mee in de afwegingen die nu gemaakt worden over de invulling van logeren. Maak die afweging samen met de cliënt en zijn/haar netwerk.

Vragen over kinderopvang +

Moeten twee ouders een cruciaal beroep hebben om beroep te kunnen doen op kinderopvang? +

Het is belangrijk dat mensen die een cruciaal beroep hebben, kunnen blijven werken. Mensen die werkzaam zijn in één van de vitale sectoren, kunnen daarom terecht bij de kinderopvang. Als in een gezin één ouder een cruciaal beroep uitvoert, is het verzoek om zelf de kinderen op te vangen als dat kan. Als dat niet lukt, kan er een beroep worden gedaan op de school en/of kinderopvang (dagopvang, BSO, gastouderopvang). Hierbij is het geen harde eis dat beide ouders een cruciaal beroep uitoefenen. Lees verder

Vragen over financiering en verantwoording van zorg +

Hoe wordt continuïteit in bedrijfsvoering bevorderd? +

Het kabinet heeft op 17 maart 2020 een noodpakket bekendgemaakt om banen te behouden en de economische gevolgen van de maatregelen tegen de uitbraak van het coronavirus te beperken. De maatregelen in dit noodpakket zijn deels ook van toepassing op de gehandicaptenzorg. Daarnaast gaat het kabinet specifiek in op de gevolgen voor zorgaanbieders. In dit artikel geven wij de meest relevante onderdelen van het noodpakket voor de gehandicaptenzorg weer. De VGN is in overleg met ministerie, ZN, VNG en NZa over de uitwerking van de specifieke maatregelen voor de zorg.

De VGN zet in op: 

Sociaal domein 

De VNG heeft op 18 maart 2020 gemeenten opgeroepen om aanbieders met wie ze een contract hebben, te blijven betalen: ook als er een andere of beperkte prestatie kan worden geleverd. De compensatie van omzetderving is op 16 april nader uitgewerkt. De uitwerking van de meerkosten, de uitgestelde vraag en de rechtmatigheid van alternatieve levering volgen nog. 

In overleg met het kabinet is besloten dat de omzetgarantie in het Sociaal Domein wordt verlengd tot 1 juli

Wlz

Ook zorgkantoren hebben in de brief van 23 maart vier oplossingen aangekondigd die zorgaanbieders financiële zekerheid bieden tijdens deze crisis. Deze oplossingen sluiten goed aan bij de VGN-inzet, al is ook hiervan nadere uitwerking vereist. In die brief, die is afgestemd met VWS, wordt genoemd dat de Wlz en deze vier oplossingen voorliggend zijn aan het noodpakket banen en economie wat door het kabinet is aangekondigd. Op 15 april zijn in een brief van VWS aan de NZa de uitgangspunten bekendgemaakt waar Nza in de uitwerking van een beleidsregel rekening mee moet houden. Hiermee is ook meer duidelijkheid voor zorgaanbieders gekomen. De NZa gaat hiermee aan de slag.

Zvw

De zorgverzekeraars hebben op 25 maart hun beleid bekend gemaakt over de maatregelen voor compensatie van inkomensderving en vergoeding van extra kosten. Op 9 april is aanvullende informatie verschenen. Informatie hierover vindt u in dit artikel. De regeling voor de continuïteitsbijdrage voor zorgverleners met een omzet van minder dan €10 miljoen is op 1 mei gepubliceerd. 

Het advies van de VGN blijft om extra kosten bij te houden en bij dreigende liquiditeitsproblemen contact op te nemen met de eigen zorgfinancier. De regeling voor de continuïteitsbijdrage voor zorgverleners met een omzet van minder dan €10 miljoen is op 1 mei gepubliceerd en vervolgens nader uitgewerkt.

Welke informatie moeten aanbieders bijhouden om vraaguitval / extra kosten vergoed te krijgen?  +

De VGN werkt aan de uitwerking hiervan, in samenspraak met NZa, ZN, VNG en de andere branches. Totdat wij meer details kunnen aangeven, adviseren we om bij te houden hoeveel medewerkers vanwege het coronavirus thuis blijven, welke prestaties en diensten vanwege het virus niet geleverd kunnen worden aan cliënten en te registreren wat eventueel andere kostenposten zijn.

Treedt de VGN op als derde deskundige bij het aanvragen van uitstel van belastingbetaling langer dan 3 maanden?   +

Nee. Ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen, kunnen bij de belastingdienst uitstel van betaling aanvragen. Op aanvraag wordt uitstel van betaling voor de eerste 3 maanden automatisch toegekend. Bij langer uitstel vraagt de belastingdienst om meer informatie, mogelijk ook om een verklaring van een derde deskundige over de financiële situatie van ondernemer. De belastingdienst stelt dat een brancheorganisatie op kan treden als derde deskundige, naast bijvoorbeeld de externe consultant, externe financier, eigen accountant of fiscaal dienstverlener. Deze laatste partijen zijn gezien de bestaande financiële betrokkenheid beter in staat om een zorgvuldig beeld op te maken dan de VGN.

Is zorg op afstand een alternatief die bekostigd wordt? +

De NZa heeft te kennen gegeven extra verruiming aan te brengen voor zorg op afstand tijdens deze coronacrisis. Zodat iedere zorgverlener die zorg op afstand wil leveren, dat moet kunnen doen en niet belemmerd wordt door declaratiebeperkingen. Daarom stelt de NZa alle eventuele belemmeringen of beperkende voorwaarden hiervoor in alle zorgsectoren buiten werking. Voorbeelden hiervan zijn een contractvoorwaarde in de NZa-regels of de verplichting van face-to-facecontact. Dit betekent dat zorg op afstand ook in rekening kan worden gebracht zonder dat hiervoor een speciale prestatie is vastgesteld of als niet precies is voldaan aan de voorwaarden. Zorgaanbieders kunnen ook dan een reguliere zitting/consult/behandeling declareren.

Wlz-aanbieders kunnen voor alle diensten en leveringsvormen de reguliere prestatie declareren als zij in plaats van face-to-face contact een digitale variant hanteren.

Is het mogelijk om uitstel te krijgen voor betalingen aan het pensioenfonds PFZW? +

Indien u als zorginstelling in betalingsproblemen komt, is het mogelijk om uitstel aan te vragen van de afdracht van pensioenpremies. Dit kan via de volgende link. PFZW zal de aanvragen individueel beoordelen. De zorgbranches zijn op dit moment in gesprek met PFZW om deze procedure zo eenvoudig en gestroomlijnd mogelijk te maken. We passen deze mededeling aan als daar nieuws over is te melden. Het gaat om uitstel van betaling, de premies blijven uiteindelijk wel verschuldigd.

Hoe kunnen zorgaanbieders omgaan met het vervoer bij het vervallen van dagbesteding? +

In vervoerscontracten die zorgaanbieders afsluiten met vervoerders is contractueel meestal afgesproken dat wordt betaald voor het daadwerkelijk verrichte vervoer. Dat betekent omgekeerd ‘geen vervoer, geen betaling’. De brancheorganisatie voor vervoerders (KVN) heeft hun leden geadviseerd opdrachtgevers toch te verzoeken tijdens deze crisisperiode 80% van het normale tarief voor de niet gereden ritten door te betalen, om continuïteit van vervoersactiviteiten na de Corona-crisis te kunnen waarborgen. 

Wlz
In de brief van VWS aan de NZa van 16 april zijn de uitgangspunten opgenomen waaraan de beleidsregel die compensatie van inkomstenderving en extra kosten voor de Wlz moet voldoen. Daarin is opgenomen dat zorgaanbieders in staat worden gesteld de compensatie ook aan derden te bieden, aan onderaannemers en vervoerders. Duidelijk is beoogd dat zorgaanbieders hun vervoerders compenseren voor omzetderving. In diezelfde brief is opgenomen dat de compensatie voor omzetderving wordt gecorrigeerd voor kostenbesparingen die worden gerealiseerd. Koninklijk Vervoer Nederland heeft onderbouwd dat 80% van de totale kosten doorlopen bij uitgevallen ritten. Dat wil zeggen dat bij uitgevallen ritten 20% aan kostenbesparing kan worden gerealiseerd door de vervoerder. Gezien deze onderbouwing adviseert de VGN aanbieders om in de Wlz voor uitgevallen ritten 80% door te blijven financieren. Dit sluit aan bij de lijn zoals die ook voor het sociaal domein geldt. Met deze gedeeltelijke doorbetaling wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de continuïteit van zorgvervoer in de toekomst. Indien overleg tussen aanbieder en vervoerder leidt tot een onderbouwd ander doorbetalingspercentage waarmee de continuïteit van zorgvervoer in belangrijke mate wordt bevorderd, dan blijft dat mogelijk. Zorgkantoren hebben aangegeven bij de compensatie voor inkomstenderving rekening te houden met de doorbetaling van niet gerede ritten aan vervoerders zoals die feitelijk plaatsvindt tijdens de coronacrisis.

Sociaal domein
De VNG heeft op hun website een lijn voor doelgroepenvervoer van gemeenten gedeeld. Voor uitgevallen route-gebonden ritten is de lijn om 80% door te blijven financieren. Meer informatie is te vinden via de website van de VNG.

Contractuele afspraken met de vervoerder
Graag attenderen wij u op het maken van aanvullende contractuele afspraken met de vervoerder voor de periode waarin de vervoerder doorbetaald wordt terwijl het coronavirus leidt tot uitval van vervoersbewegingen. Dit geldt voor zowel het sociaal domein als voor de Wlz. Een aantal algemene aandachtspunten:

  • Staan er afspraken in de huidige overeenkomst met de vervoerder over de wijze waarop aanvullende afspraken tot stand komen?;
  • Maak afspraken die niet op meerdere wijze te interpreteren zijn;
  • Maak afspraken over het tarief;
  • Maak afspraken over onvoorziene situaties waarin nieuwe afspraken gemaakt kunnen worden;
  • Maak afspraken over de termijn van de afspraken (eventueel met terugwerkende kracht) en over de situatie waarin er weer vervoer kan plaatsvinden.

Moet er in de jaarrekening en bestuursverklaring over 2019 aandacht geschonken worden aan de coronacrisis? +

Accountants stellen dat er in de jaarrekening en bestuursverklaring over 2019 aandacht moet worden geschonken aan de coronacrisis, in de vorm van een “gebeurtenis na balansdatum”. Meer daarover vindt u in deze NBA-alert.

De VGN herkent dat de coronacrisis als een gebeurtenis na balansdatum kan worden beschouwd die om aandacht vraagt in de jaarrekening 2019. We zijn van mening dat deze ver­kla­ring/toelichting beknopt kan zijn. Dit omdat veel nog onduidelijk is en de prioriteiten nu ergens anders liggen. De VGN zet in de landelijke overleggen in op een zoveel mogelijk doorlopende bekostiging in overleg met ZN en VNG en we zijn positief over de uitkomsten daarvan. Ook kunt u verwijzen naar de buffers liquiditeit en vermogen. Deze zijn bij de meeste leden goed op orde. Echte kwantificering van de impact zal op korte termijn echter nog niet kunnen. Mocht uw accountant niet akkoord gaan met een beknopte verklaring dan verneemt de VGN dat graag (via corona@vgn.nl), zodat we dit met Coziek, de landelijke commissie van zorgaccountants kunnen bespreken.

Is het mogelijk om het jaarverslag later in te dienen? +

VWS heeft, mede op verzoek van de zorgbranches, besloten de uiterste datum waarvóór zorginstellingen hun jaarverantwoording 2019 aan het ministerie moeten aanleveren te verschuiven van 1 juni 2020 naar 1 oktober 2020. Het gaat daarbij specifiek om instellingen die daartoe op grond van de Wet toelating zorginstellingen, de Jeugdwet, de Tijdelijke wet ambulancezorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verplicht zijn. Voor deze laatste enkel voor zover deze zich aan de minister van VWS moeten verantwoorden. Dit besluit is genomen om ruimte te geven voor eventuele vertragingen die in het verantwoordingsproces kunnen ontstaan door de coronacrisis.

Komt de rechtmatigheid van inkomsten en uitgaven door de coronacrisis in het geding? +

Door de coronacrisis kan het zijn dat zorgprestaties niet of niet volledig volgens de voorschriften geleverd worden terwijl de bekostiging wel doorloopt (dit is de VGN-inzet in de landelijke overleggen met ZN en VNG en we zijn positief over de uitkomsten daarvan). Dan komt de vraag naar voren wat dat betekent voor de rechtmatigheid van inkomsten en uitgaven. Leidt dat tot problemen bij de accountantscontrole volgend jaar? Dat hoeft niet. Accountants toetsen achteraf of er aan de gestelde normen/voorschriften is voldaan en leggen dat vast in een verklaring. Een optie is om een collectief besef te bevorderen dat het door de coronacrisis acceptabel is als bij de accountantscontrole blijkt dat niet alles (volledig) rechtmatig is verlopen. Een andere optie is dat de normen en voorschriften in de loop van dit jaar aangepast worden, om de praktijk die ontstaat door het coronacrisis te accommoderen. Dat zal veelal vermindering en vereenvoudiging van regelgeving zijn. De VGN zet zich hiervoor in. 
 

Hoe gaan de zorgkantoren om met de verschillende onderwerpen rond corona? +

De zorgkantoren hebben een gezamenlijke brief opgesteld voor Wlz aanbieders over de financiële gevolgen. Deze brief kunt u hier lezen. Daarnaast houden de zorgkantoren gezamenlijk een document bij met vragen en antwoorden over het beleid van de zorgkantoren, zoals doorstroom, sluiting dagbesteding en opnamestop. Dit document wordt steeds bijgewerkt.

Wordt de deadline voor het aanleveren van de Wlz-nacalculatie uitgesteld? +

De NZa heeft op zijn website laten weten dat voor zorgaanbieders zonder een productieafspraak voor het kwaliteitsbudget de oorspronkelijke deadline van 31 mei blijft gelden. Echter, gezien de bijzondere situatie wil de NZa eenmalig een uitzondering maken voor zorgaanbieders die door het coronavirus de nacalculatie niet tijdig kunnen aanleveren. De Nza zal daar coulant mee omgaan.

De NZa vraagt aanbieders het te melden als zij verwachten de deadline van 31 mei 2020 niet te halen. Aanbieders dienen daarbij aan te geven wat de reden van het uitstel is en wanneer zij de gegevens wel kunnen aanleveren. Aanbieders kunnen een verzoek tot uitstel mailen naar info@nza.nl. Op basis van de melding besluit de NZa of uitstel toegekend wordt.

Aanbieders dienen het ook tijdig bij het zorgkantoor te melden als de afgesproken deadlines niet gehaald worden. De NZa vraagt de zorgkantoren op hun beurt coulant te zijn bij verlenen van uitstel op deadlines die zij met zorgaanbieders zijn overeengekomen.

Moet over de uitleen van zorgpersoneel en de gratis verstrekking van hulpmiddelen btw worden geheven? +

Het is ongewenst dat de btw-regels in de huidige coronacrisis leiden tot extra financiële of administratieve lasten. Daarom worden de uitleen van zorgpersoneel en de gratis verstrekking van medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen niet meer belast met de heffing van btw. Deze maatregelen kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en zullen (voorlopig) drie maanden gelden. Op de site van de VGN is hierover meer informatie te vinden.

Wat gebeurt er met de eigen bijdrage als een cliënt tijdelijk uit een zorginstelling vertrekt? +

In de meeste gevallen blijft de cliënt een eigen bijdrage betalen, omdat de plek in de zorginstelling gereserveerd blijft. Met de eigen bijdrage wordt bijvoorbeeld ook de ‘huur’ betaald.

Wil de cliënt voor langere tijd uit de zorginstelling? Dan kan hij met het zorgkantoor de mogelijkheden bespreken. Het is wel mogelijk dat de plek in de instelling dan naar iemand anders gaat. Kiest de cliënt  met het zorgkantoor voor een andere soort zorg? Dan is het mogelijk dat de eigen bijdrage verandert. (bron: CAK informatie over het coronavirus)

Het ministerie van VWS inventariseert de knelpunten rond de eigen bijdrage. De VGN dringt aan op aanpassing van regels in geval er geen of minder zorg wordt geleverd.

Wat gebeurt er met de eigen bijdrage als cliënten geen of andere hulp en ondersteuning krijgen in de Wmo? +

Minister de Jonge heeft aangegeven (p.34) dat alle cliënten in de Wmo, behalve cliënten met de voorzieningen beschermd wonen en opvang, in elk geval voor de maanden april en mei geen eigen bijdrage hoeven betalen. Dit geldt dus ook voor cliënten die wel ondersteuning vanuit de Wmo (hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding) ontvangen. De minister neemt deze maatregel om te voorkomen dat voor elke cliënt moet worden bepaald of de eigen bijdrage gestopt moet worden. De administratieve lasten voor gemeenten en zorgaanbieders wordt zo beperkt. Het CAK informeert de cliënten hierover en zorgt voor een correcte administratieve afhandeling. 

Wat is de lijn m.b.t. continuïteit van financiering voor onderaannemers in het Sociaal Domein? +

Op dit moment is continuïteit van financiering belangrijk. Aanbieders moeten er op kunnen rekenen dat de doorlopende kosten die ze maken, ook voor personeel dat nu geen zorg kan leveren, wordt vergoed. Dit geldt natuurlijk ook voor onderaannemers. In de uitwerking van de bestuurlijke afspraken tussen Rijk en VNG op het onderdeel continuïteit van financiering wordt de lijn voor hoofdaannemers beschreven en verwacht dat hoofdaannemers deze lijn doorvertalen aan onderaannemers. Zie: https://vng.nl/sites/default/files/2020-04/20200415-uitwerking-continuiteit-van-financiering-jeugdwet-en-wmo-schoon_evd.pdf

Vragen over werken in de gehandicaptenzorg +

Wat zijn de extra maatregelen? +

Bij functies waarbij dat mogelijk is wordt tevens geadviseerd om thuis te werken en/ of werktijden te spreiden om contact en verspreiding te beperken. Deze adviezen gelden ongeacht contacten of bezoek aan risicogebieden.

Continuïteit van werk bij besmetting +

Heeft u vragen over het coronavirus in relatie tot continuïteit van werk? Kijk dan op de site van de AWVN. U kunt daar ook een Handreiking Coronavirus op de werkvloer VNO-NCW MKB-Nederland AWVN vinden. Staat uw antwoord er niet tussen en bent u lid van de VGN? Dan kunt u contact opnemen met de CAO helpdesk van de VGN via caohelpdesk@vgn.nl of telefoonnummer 030-273 97 19 (maandag, woensdag en donderdag van 9.00 tot 12.00 uur).

Wanneer moeten zorgmedewerkers (met direct of indirect cliëntencontact) thuisblijven? +

Bij verkoudheid EN/OF hoesten EN koorts (is >38 graden): thuisblijven, in overleg met werkgever. Alleen verkoudheid EN/OF hoesten is geen reden om thuis te blijven.

Wanneer kunnen zorgmedewerkers weer aan het werk? +

Mensen met bovengenoemde klachten moeten thuisblijven tot ze één dag niet meer hoesten en geen koorts hebben. Als familieleden van zorgmedewerkers nog wel klachten hebben, mag men wel gaan werken als men zelf één dag niet meer hoest en geen koorts heeft. 
 

Vragen over opleiden en onderwijs +

Welke richtlijnen gelden er voor stagiaires en leerlingen bij zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg? +

Op 31 maart 2020 kondigde het kabinet aan dat maatregelen met betrekking tot het coronavirus verlengt worden tot 28 april. Dit betekent dat scholen, waaronder alle mbo-scholen, geen onderwijs meer verzorgen op hun fysieke locaties. Het doel van deze maatregel is het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus. In het door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen opgestelde servicedocument zijn de richtlijnen en aanbevelingen weergegeven. Deze kunt u hier lezen

In het servicedocument staat dat de zogenoemde praktijkvorming via opleidingsplaatsen (BBL) en stages (BOL) in de zorg door kan gaan, mits de corona-richtlijnen voor veiligheid en gezondheid in acht worden genomen. Het is aan organisaties en leerlingen/stagiaires in afstemming met de onderwijsinstelling om daar situatie-gebonden afwegingen en keuzes in te maken. Via deze link ziet u een voorbeeld van ’s Heeren Loo over de inzet van stagiairs.

Voor het gebruik van beschermende materialen zijn door het RIVM richtlijnen opgesteld, waarbij voor de sector gehandicaptenzorg een speciale instructie is opgesteld. Uiteraard gelden deze richtlijnen ook voor leerlingen/stagiaires.

Hoe gaan we nu om met het verlengen van certificaten rondom risicovolle niet voorbehouden handelingen en voorbehouden handelingen? +

Wat betreft bevoegd en bekwaam voor zorgverleners die onder de Wet BIG vallen wordt dit in de BIG registratie geregeld. Niet-BIG geregistreerde zorgverleners in de gehandicaptenzorg vallen onder verantwoordelijkheid van de werkgever. De werkgever is verplicht op grond van artikel 3 goede zorg te leveren en voldoende kwantitatief en kwalitatief personeel in te zetten. De zorgaanbieder of de werkgever is hiervoor verantwoordelijk. Het is dus aan de werkgever/organisatie zelf hoe ze hiermee omgaan. Wat betreft de uitvoering geldt dat als de medewerker regelmatig wordt ingezet voor de uitvoering van de handeling, hij/zij door de inzet in de praktijk ook bekwaam blijft. Tenzij de medewerker zelf aangeeft dat hij/zij zich niet bekwaam voelt.

Het uitstellen van de toets onder deze omstandigheden blijft een afweging die de werkgever zelf kan maken.

Vragen over het platform extrahandenvoordezorg.nl +

Hoe werkt de website www.extrahandenvoordezorg.nl? +

Op deze site worden de initiatieven gebundeld voor extra zorgpersoneel gedurende deze coronacrisis. Via een database op de website worden de vraag naar en het aanbod van extra zorgpersoneel samengebracht. Vervolgens zorgt een team van regionale contactpunten ervoor dat mensen terecht komen op de plekken waar ze het hardst nodig zijn en ze het meest kunnen betekenen. Hierbij wordt uiteraard gelet op opleidingsniveau en ervaring, maar ook op het besmettingsrisico dat mensen van buiten de organisatie met zich mee kunnen brengen. Eerder maakte het ministerie van VWS al bekend dat verpleegkundigen en artsen van wie de BIG-registratie - minder dan twee jaar - verlopen is, toch gewoon aan de slag mogen. Ook wordt de verplichting tot herregistratie tot nader orde opgeschort. 

Het platform is een breed samenwerkingsverband van brancheorganisaties, vakbonden, regionale werkgeversorganisaties, beroepsverenigingen, private initiatieven en het ministerie van VWS. Er wordt bewust gebruik gemaakt van alle gerelateerde bestaande structuren, waaronder de inzet van het ROAZ.

Om de zorginstellingen hierbij zo veel mogelijk te ontlasten en vraag en aanbod zo goed mogelijk te verdelen, adviseren wij de VGN-leden om de inzet van extra medewerkers via dit platform www.extrahandenvoordezorg.nl te laten verlopen. 

Is een organisatie verplicht om een arbeidsovereenkomst aan te bieden? +

Nee, dat is niet het geval. De intentie van degene die zich aanbiedt, is vrijwel altijd gericht op het vrijwillig bieden van extra hulp. Omdat er sprake is van vrijwilligheid, is de hoofdregel dat er een vrijwilligersovereenkomst geldt. Zeker als iemand hulp aanbiedt die bijvoorbeeld ook al een arbeidsovereenkomst elders heeft, of al gepensioneerd is, is het niet nodig om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

Wanneer is er sprake van vrijwilligerswerk? +

Vrijwilligerswerk is werk dat iemand onbetaald en onverplicht doet, voor anderen of voor de samenleving. In het algemeen gelden de volgende voorwaarden voor vrijwilligerswerk:

  • Het werk is in het algemeen belang of in een bepaald maatschappelijk belang;
  • Het werk heeft geen winstoogmerk;
  • Het werk kost de arbeidsmarkt geen banen en komt niet in de plaats van een betaalde baan.

Kan ik een vrijwilliger een vergoeding geven? +

Het is mogelijk om vrijwilligers een vrijwilligersvergoeding te geven. Dit kan belastingvrij maar er gelden wel een aantal voorwaarden, waaronder:

a. het betaalde bedrag mag niet in verhouding staan tot de omvang en het tijdsbeslag van de verrichte werkzaamheden;
b. het betaalde bedrag mag niet hoger zijn dan € 170 per maand en ook niet hoger dan € 1.700 per jaar.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de site van de Belastingdienst.

Heeft een vrijwilliger een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) nodig? +

Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is er geen VOG nodig voor vrijwilligers in de zorg. Als u echter van een vrijwilliger een VOG wilt is dat natuurlijk mogelijk. VGN adviseert voor vrijwilligers die in direct contact staan met cliënten een VOG te laten overleggen. Speciaal voor de aanvragen van een VOG voor de cruciale beroepsgroepen heeft screeningsautoriteit Justis een spoedprocedure gemaakt. Een aanvraag via de spoedprocedure duurt ongeveer 5 werkdagen.

Vrijwilligers komen in aanmerking voor een gratis VOG.

Welke tijden mag een vrijwilliger werken? +

De Arbeidstijdenwet geldt niet voor vrijwilligers van 18 jaar of ouder. Vrijwilligers van 16 of 17 jaar mogen geen arbeid verrichten tussen 23.00 uur en 06.00 uur. Voor kinderen van 15 jaar en jonger die vrijwilligerswerk doen, gelden dezelfde regels als voor (lichte) arbeid waarvoor ze betaald worden.

Is een vrijwilliger verzekerd bij ongevallen of bij het veroorzaken van schade? +

Nee, een vrijwilliger is niet automatisch verzekerd. Er wordt aangeraden om voor vrijwilligers een ongevallen en aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. De mogelijkheid bestaat dat via de woon- of werkgemeente een collectieve verzekering voor vrijwilligers is gesloten. Dit kunt u het beste navragen bij de desbetreffende gemeente.

a. Bij het veroorzaken van schade: als een cliënt schade lijdt door een fout van iemand die de zorgaanbieder inzet voor werkzaamheden ten behoeve van een cliënt, dan is de zorgaanbieder daarvoor aansprakelijk. Hoewel de schade door de organisatie op de vrijwilliger kan worden verhaald adviseren wij als hoofdregel dit niet te doen en in de vrijwilligersovereenkomst op te nemen dat de organisatie dergelijke schade niet op de vrijwilliger zal verhalen, tenzij de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid van de vrijwilliger.

b. Als de vrijwilliger schade lijdt: ook voor vrijwilligers geldt de werkgeversaansprakelijkheid als bij werkzaamheden door vrijwilligers schade wordt geleden. Als hoofdregel geldt dus dat er een zorgplicht is van werkgevers ook voor vrijwilligers. Er zijn uitzonderingen mogelijk, denk daarbij aan roekeloos gedrag.

Moet ik een vrijwilligersovereenkomst schriftelijk overeenkomen? +

Er geldt geen verplichting om een vrijwilligersovereenkomst schriftelijk overeen te komen maar wij adviseren dit wel te doen. Dat geeft duidelijkheid over wat de vrijwilliger en de zorgaanbieder van elkaar mogen verwachten.

Onderwerpen die in een vrijwilligersovereenkomst geregeld kunnen worden, zijn bijvoorbeeld: de taak van de vrijwilliger, zijn onkostenvergoeding, de plicht om zich aan instructies te houden, het melden van afwezigheid en de opzegging van de overeenkomst.

Is er een model vrijwilligersovereenkomst beschikbaar? +

Ja, deze kunt u hier vinden. Uiteraard kunt u deze vrijwilligersovereenkomst aanpassen ten behoeve van uw organisatie.

Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst? +

Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als er sprake is van de volgende drie elementen:

1. een gezagsverhouding;
2. de plicht om persoonlijk de arbeid te verrichten;
3. loonbetaling.

Wij willen in plaats van vrijwilligersovereenkomst een arbeidsovereenkomst aangaan. Welke arbeidsovereenkomst is dan passend? +

Er zal in verband met de extra inzet tijdens corona voornamelijk behoefte zijn aan een tijdelijke arbeidsovereenkomst. U kunt in totaal 3 tijdelijke contracten aangaan in een periode van 3 jaar.

Welke arbeidsvoorwaarden zijn van toepassing als er sprake is van een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst? +

Naast de bestaande wettelijke regels die op iedere werknemer van toepassing zijn, is op werknemers werkzaam in de gehandicaptensector de CAO Gehandicaptenzorg van toepassing. In de CAO Gehandicaptenzorg zijn arbeidsvoorwaarden opgenomen zoals salaris, onregelmatigheidstoeslag en vergoedingen voor overwerk en consignatiediensten.

Kunnen vervroegd gepensioneerde zorgwerknemers in verband met het coronavirus opnieuw in dienst treden, zonder fiscale gevolgen voor het pensioen? +

Ja, de gepensioneerde zorgwerknemers, die hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd hebben laten ingaan, kunnen nu in verband met de uitbraak van het coronavirus opnieuw weer aan het werk gaan, zonder dat dit fiscale gevolgen heeft voor hun pensioen. De verklaring dat het niet is toegestaan om te werken naast hun pensioen wordt voor deze noodsituatie tijdelijk buiten werking gesteld. Het voorgaande is afgestemd met de Belastingdienst en het Pensioenfonds Zorg & Welzijn.

Vragen over gezondheid en welzijn van professionals +

Mag ik naar het buitenland reizen? +

Het landelijke advies voor zorgmedewerkers is om zoveel als mogelijk niet naar het buitenland af te reizen en geen evenementen te bezoeken (ook als daar minder dan 100 mensen bij aanwezig zijn). 

Het advies is de richtlijnen toe te passen bij alle medewerkers die nodig zijn voor de continuïteit van zorg (RIVM: informatie over coronavirus voor professionals). Voor kantoormedewerkers en anderen gelden de algemene richtlijnen op de RIVM-site, zowel landelijk als specifiek voor Noord-Brabant.

Hoe informeer ik mijn medewerkers over het coronavirus? +

AWVN heeft een voorbeeldbrief over het coronavirus opgesteld die u aan uw medewerkers kunt sturen. Wilt u uw medewerkers informeren over o.a. de symptomen van het coronavirus, wat zij kunnen doen om besmetting te voorkomen en wat zij moeten doen als ze in een risicogebied zijn geweest? Download de brief dan hier.

Waarom is er apart aandacht voor kwetsbare medewerkers? +

Besmetting met het COVID-19 virus kan voor kwetsbare medewerkers extra grote gevolgen hebben voor hun gezondheid. Dat vraagt extra aandacht van de werkgever in de verantwoordelijkheid voor het bieden van een veilige werkplek. Speciaal voor deze groep heeft het RIVM een richtlijn opgesteld.

Wie zijn kwetsbare medewerkers? +

Onder kwetsbare medewerkers verstaat het RIVM: medewerkers die een verhoogd risico lopen op een ernstig beloop van een SARS-CoV-2-infectie. Deze groepen staan genoemd in de LCI-richtlijn COVID-19 onder Testbeleid risicogroepen COVID-19. Medewerkers met één van de volgende onderliggende aandoeningen behoren tot de risicogroepen voor COVID-19:

  • chronische afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
  • chronische hartaandoeningen;
  • diabetes mellitus;
  • ernstige nieraandoeningen die leiden tot dialyse of niertransplantatie;
  • verminderde weerstand tegen infecties door medicatie voor auto-immuunziekten, na orgaantransplantatie, bij hematologische aandoeningen, bij (functionele) asplenie, bij aangeboren of op latere leeftijd ontstane afweerstoornissen waarvoor behandeling nodig is, of bij chemotherapie en/of bestraling bij kankerpatiënten;
  • een onbehandelde hivinfectie of een hivinfectie met een CD4-getal <200/mm3

Als een kwetsbare medewerker niet stabiel is als gevolg van één van bovenstaande aandoeningen en ondanks het gebruik van medicatie, spreekt het RIVM van een ontregelde/slecht ingestelde medewerker. Het advies is om binnen de groep kwetsbare medewerkers een nuancering aan te brengen voor de ontregelde/slecht ingestelde medewerker met betrekking tot het onderliggend lijden. Dit betekent dat er in afstemming met de (arbo)arts op persoonsniveau bekeken moet worden in welke mate de medewerker met één van de betreffende aandoeningen stabiel is, om zo de mate van noodzakelijk extra veiligheidsmaatregelen te bepalen.

Heb je als werkgever een grotere verantwoordelijkheid voor kwetsbare medewerkers? +

De werkgever heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een veilige werkplek voor alle medewerkers. Kwetsbare werknemers hebben hierbij recht op extra bescherming. Welke maatregelen nodig zijn is maatwerk en zal op individueel niveau bekeken moeten worden.

Welke aanpassingen kunnen bijdragen aan een veilige werkplek voor kwetsbare medewerkers? +

In overleg met de medewerker kan bijvoorbeeld gekeken worden naar:

  • taakherschikking binnen het team waardoor direct cliëntcontact wordt voorkomen of beperkt;
  • inzet op een andere werkplek, locatie of afdeling in de organisatie;
  • sneller inzetten van beschermende middelen;
  • testen van cliënten/medewerkers voor zekerheid over risico’s (er geldt een aanvullend testbeleid voor risicogroepen);
  • thuis werken

Wat als er ondanks allerlei inspanningen geen veilige werkplek kan worden geboden aan kwetsbare medewerkers? +

Als in een specifieke situatie na overleg met de medewerker blijkt dat het niet mogelijk is om een veilige werkplek te organiseren, kan het zijn dat een werknemer die behoort tot de hoogrisicogroep, niet of minder inzetbaar is. In dat geval is het raadzaam met de medewerker te overleggen over:

  • Het opnemen van plusuren/PBL-uren/vakantie-uren/(on)betaald verlof en daarmee tijdelijk niet beschikbaar zijn voor werk;
  • Het eventueel verplaatsen van te werken uren naar een later tijdstip in het kalenderjaar.

De werkgever kan de werknemer hiertoe niet verplichten. Als er geen passend werk voor handen is en in overleg met de werknemer geen oplossing wordt gevonden, wordt de medewerker vrijgesteld van werk (zie de richtlijn inzet kwetsbare medewerkers). De medewerker behoudt recht op zijn salaris, omdat het niet verrichten van zijn eigen werk in redelijkheid niet voor rekening van de werknemer komt (art. 7:628 BW). De medewerker dient zich wel beschikbaar te houden voor passend werk.

Zijn zwangere medewerksters ook kwetsbaar of lopen zij extra risico om besmet te raken met het Covid-19 coronavirus? +

Werknemers die zwanger zijn behoren niet tot de hoogrisicogroep volgens de definitie van het RIVM. Het RIVM heeft algemene uitgangspunten opgesteld voor gezonde zwangere medewerkers: Zwangerschap, werk en COVID-19

Het verdient aanbeveling om met zwangere medewerksters in gesprek te gaan over hun zorgen en over de mogelijkheden om het werk te blijven doen, eventueel door maatwerk toe te passen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: 

  • wees extra voorzichtig met nabijheid; 
  • zet eerder het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in als dat de betreffende medewerker gerust stelt; 
  • kijk naar de mogelijkheden van taakherschikking binnen een team, zodat de betreffende medewerker ontlast wordt in direct cliëntcontact; 
  • de mogelijkheden voor alternatief werk of thuis werk; 
  • het verplaatsen van te werken uren of opnemen vakantie PBL of overuren
  • betrek eventueel de bedrijfsarts bij dit overleg. 

Hoe kunnen we het beste omgaan met medewerkers die thuis een gezins- / familielid hebben die tot de hoogrisicogroep behoort? +

Werknemers die thuis een gezins-/ familielid hebben met een (chronische) onderliggende aandoening, behoren niet tot de hoogrisicogroep volgens de definitie van het RIVM. Hoewel de medewerker in principe zijn eigen werk kan blijven doen is het voorstelbaar dat dat deze medewerker (grote) zorgen geeft. 

Het verdient aanbeveling om met medewerkers die samenleven met een kwetsbare persoon, in gesprek te gaan over hun zorgen en over de mogelijkheden om het werk te blijven doen, eventueel door maatwerk toe te passen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: 

  • wees extra voorzichtig met nabijheid; 
  • zet eerder het gebruik van PBM in als dat de medewerker gerust stelt; 
  • kijk naar de mogelijkheden van taakherschikking binnen een team, zodat de betreffende medewerker ontlast wordt in direct cliëntcontact; 
  • de mogelijkheden voor alternatief werk of thuis werken (of thuiswerk); 
  • zet deze medewerkers niet in op locaties waar cliënten met (verdenking op) het covid-19 virus verblijven;
  • overleg over het verplaatsen van te werken uren of opnemen vakantie-uren, PBL-uren of plusuren. 

Als een medewerker of zijn familie positief getest is op het coronavirus, mag de werkgever deze informatie delen met de collega’s van de betreffende medewerker? +

Wanneer een medewerker of zijn familie positief is getest op het coronavirus dan mogen collega’s van de medewerker in algemene zin geïnformeerd worden door de werkgever. Dit betekent dat de informatie over de besmetting niet herleidbaar mag zijn tot de betreffende medewerker of zijn familie. Veel medewerkers zijn open over een (eventuele) corona besmetting, waardoor zij in de praktijk zelf hun collega’s zullen informeren. De werkgever mag niet de medewerker vragen of hij of zij corona heeft. En als de medewerker uit zichzelf vertelt wat hij of zij mankeert, dan mag de werkgever deze informatie niet vastleggen of delen.

Vragen over gezondheid en welzijn van cliënten +

Mag ik mijn familielid (of naaste) meenemen uit het verpleeghuis/gehandicapteninstelling en bij mij thuis in zorg nemen? +

Onder normale omstandigheden is het natuurlijk mogelijk dat u uw familielid meeneemt naar huis, om bijvoorbeeld een paar dagen te logeren. De bescherming van cliënten, hun naasten en medewerkers hebben echter onze volledige aandacht. Onze inzet is er op gericht om in zorginstellingen, waar kwetsbare mensen samenwonen, verspreiding van het virus te voorkomen. Daarom zijn er zeer strikte maatregelen genomen. Vanwege het besmettingsgevaar achten wij het niet verstandig om een familielid uit een zorginstelling naar huis te halen. Er zijn een aantal punten waar u sterk rekening mee moet houden:

  • Wie neemt de zorg voor het familielid thuis op zich?
  • Thuiszorg is in deze moeilijke tijd niet snel te realiseren.
  • De zorginstelling die verantwoordelijk blijft voor de zorg, ook als uw naaste thuis is, zal in deze tijd misschien ook niet in staat blijken deze zorg thuis te leveren.
  • Wat gebeurt er als u zelf ziek wordt? Wie zorgt er dan voor uw familielid? 
  • Als de thuissituatie onhoudbaar wordt, is het mogelijk dat de zorginstelling uw familielid niet meer opneemt. 
  • Dit doen de zorginstelling om een eventuele besmetting in de zorginstelling te voorkomen.

Mensen die werken in de zorg realiseren zich heel goed hoe zwaar de genomen maatregelen zijn. Ze zijn zwaar voor u, voor uw familielid en voor de zorgmedewerkers. Echter deze maatregelen zijn wel nodig om uw familielid te beschermen. Wij zijn dagelijks in nauw overleg met vele partijen over hun en uw zorgen en behoeften.

Welke informatie mag een zorgorganisatie openbaar (bijv via de website) delen over cliënten die besmet zijn met het coronavirus? +

Wanneer een cliënt positief getest is op het coronavirus, dan zegt dat iets over de gezondheid van de cliënt. Een zorgorganisatie mag deze informatie uitsluitend openbaar verspreiden (bijv. op de website) als de informatie geanonimiseerd is. Dit betekent dat de informatie niet herleidbaar mag zijn tot een individuele cliënt. De VGN adviseert zorgorganisaties terughoudend om te gaan met het geanonimiseerd verspreiden van informatie aangezien de informatie al snel herleidbaar is tot een cliënt. Ook wanneer de cliënt of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger uitdrukkelijk toestemming geeft mag de informatie niet openbaar verspreid worden. Het openbaar verspreiden van informatie over een cliënt dat hij/zij positief getest is op het coronavirus voldoet namelijk niet aan het beginsel van doelbinding en het beginsel van minimale gegevensverwerking (AVG).

Hoe kunnen we mensen met een licht verstandelijke beperking stimuleren zelf te kiezen om zich strikt te houden aan de COVID-19 maatregelen? +

De Associatie van Academische Werkplaatsen Verstandelijke Beperkingen geeft op basis van wetenschappelijk onderzoek de volgende tips:
1.  Voorlichten: waarom blijven we binnen? Wat hebben we eraan?
2.  Motiveren om samen binnen te blijven
3.  Dwang en dreiging wordt afgeraden.

Lees ook de korte uitwerking voor begeleiders.

Wie zijn kwetsbare cliënten? +

Het RIVM geeft aan:

1) dat er een verhoogde kans op infectie is van personen ≥ 18 jaar met een verstandelijke handicap die in een instelling wonen.

2) dat er een verhoogde kans op ernstig beloop is van

Personen ≥ 70 jaar; en

Personen ≥ 18 jaar* met:

  • chronische afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
  • chronische hartaandoeningen;
  • diabetes mellitus;
  • ernstige nieraandoeningen die leiden tot dialyse of niertransplantatie;
  • verminderde weerstand tegen infecties door medicatie voor auto-immuunziekten, na orgaantransplantatie, bij hematologische aandoeningen, bij (functionele) asplenie, bij aangeboren of op latere leeftijd ontstane afweerstoornissen waarvoor behandeling nodig is, of bij chemotherapie en/of bestraling bij kankerpatiënten;
  • een onbehandelde hivinfectie of een hivinfectie met een CD4-getal <200/mm
  • ernstig leverlijden in Child-Pugh classificatie B of C; of
  • morbide obesitas (BMI > 40).

*Voor kinderen < 18 jaar met onderliggend lijden zijn adviezen opgesteld door de NVK.

Het consortium GOUD heeft de VB-kwetsbaarheidsindex ontwikkeld. Deze kan gebruikt worden om mensen te identificeren die kwetsbaar zijn, wat hen waarschijnlijk een hoger risico geeft voor een gecompliceerd beloop bij een COVID-19 besmetting.

Vragen over persoonsgebonden budget (pgb) +

Waar vind ik informatie over PGB en het coronavirus? +

VWS heeft in afstemming met ZN en de VNG maatregelen voor pgb houders afgesproken om de zorg door te laten gaan. U vindt de meest recente informatie over de maatregelen en veel gestelde vragen en antwoorden op de website van de SVB. Ook vindt u adviezen en tips op de website van PerSaldo. Het beleid van de zorgkantoren vindt u hier. en het beleid van de gemeenten vindt u hier.

Vragen over veiligheid +

Hoe ga ik om met de Wzd ten tijde van het coronavirus? +

VWS heeft hier een document over gemaakt. Dit document vindt u hier.

Hoe ga ik om met eventuele inspecties van brandmeldinstallaties (BMI)? +

De coronacrisis heeft ook gevolgen voor het onderhoud en de inspecties van brandmeldinstallaties. Daar waar zorggebouwen ‘op slot’ zijn, kan vanzelfsprekend geen onderhoud of inspectie plaatsvinden en in het algemeen zal gelden dat dit momenteel geen (hoge) prioriteit heeft bij zorgorganisaties.

Het CCV (Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid) is verantwoordelijk voor de controleprocedures en heeft hierover gepubliceerd, met op verzoek van de VGN en van ActiZ een apart katern over de zorg. De kern is: Voor ziekenhuizen en zorginstellingen geldt dat alle mensinzet gericht is op beheersing van het coronavirus. Anderen dan zorgverleners krijgen geen toegang. Het uitvoeren van onderhoud of inspecties is momenteel niet de eerste prioriteit. Is een instelling niet toegankelijk voor mensen van buiten, dan moet de inspectie of het onderhoud worden uitgesteld of moet een alternatief gezocht worden. Gedurende de coronacrisis blijft (brand)veiligheid uiteraard een aandachtspunt van ziekenhuizen en zorginstellingen.

Wellicht is het verstandig om met de betreffende inspectie-instelling of het onderhoudsbedrijf concreet af te spreken wat de status is op dit moment (bijv. certificaat verloopt binnenkort en we spreken af dat er pas een herinspectie komt zodra dat weer mogelijk is als gevolg van nieuwe overheidsbesluiten). Bij conflicten hierover met de inspecterende instantie kunt u contact opnemen met Frits Mul (fmul@vgn.nl).

Hoe ga ik om met eventuele inspecties bij legionella? +

De ILT (Inspectie voor de Leefomgeving en Transport, verantwoordelijk voor de controle op legionella-preventie) heeft om te voorkomen dat op termijn een probleem kan ontstaan met legionellabesmettingen in de drinkwaterinstallaties het volgende geadviseerd: “Voor ziekenhuizen en zorginstellingen geldt dat alle mensinzet gericht is op beheersing van het coronavirus. Medewerkers van de waterleidingmaatschappijen die watermonsters moeten nemen, krijgen geen toegang en het uitvoeren van legionellapreventie (spoelen en metingen van temperatuur van drinkwater) is momenteel niet de eerste prioriteit van de zorginstellingeninstellingen. Is een instelling niet toegankelijk voor mensen van buiten, stel de reguliere bemonstering voor legionella of voor de meetprogramma’s dan uit tot later dit jaar of zoek naar alternatieven. Kijk naar mogelijkheden om het spoelen van weinig gebruikte tappunten toch uit te kunnen voeren. Ga in het uiterste geval over van een frequentie van wekelijks spoelen naar 2-wekelijks spoelen”. Het volledige bericht van de ILT vindt u hier. Bij conflicten hierover met de inspecterende instantie kunt u contact opnemen met Frits Mul (fmul@vgn.nl).

Vragen over cohort verpleging +

Wat houdt de regionale aanpak voor kwetsbare patiënten i.v.m. COVID-19 in? +

Deze regionale aanpak is gericht op het domein overstijgend organiseren van beddencapaciteit om kwetsbare patiënten uit de thuissituatie, (kleinschalige) instellingen of het ziekenhuis een alternatief te bieden als:

  1. Opname in het ziekenhuis door de patiënt niet (langer) gewenst of mogelijk is, of waar dit medisch niet zinvol wordt geacht.

  2. Zorg in de thuissituatie niet veilig voor mantelzorger, medebewoner of zorgpersoneel, of niet efficiënt (personeel, persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)) kan worden georganiseerd.

Voor zover deze capaciteit niet gerealiseerd kan worden door het veilig organiseren van thuiszorg of het realiseren van "Corona-units" in bestaande verpleeghuizen, gehandicapten- en GGZ instellingen worden tijdelijke zorglocaties (Coronacentra) gerealiseerd. In de corona-units en Coronacentra wordt cohortverpleging wordt toegepast voor specifieke doelgroepen (COVID+; COVID-) en specifieke zorgvragen.

Deze aanpak heeft als doel:

  • De druk op de (thuis)zorg te verlichten, de veiligheid van (thuis)zorgmedewerker, medebewoners en mantelzorgers te waarborgen en efficiënt met de schaarste aan (thuiszorg)personeel, artsen en persoonlijke beschermingsmiddelen om te gaan;
  • De druk op ziekenhuiscapaciteit te verlichten

De aanpak betreft advanced care planning, het regionaal realiseren van tijdelijke zorglocaties (Coronacentra) voor het bieden van cohortverpleging en een regionaal coördinatiepunt voor toeleiding van kwetsbare patiënten naar de juiste zorg op de juiste plek.

Meer informatie over de aanpak en de rol van de directeur publieke gezondheid (DPG) in deze aanpak is te vinden in de volgende brieven:

 

Hoe moeten we omgaan met ‘ziekenhuisafval’ van corona-patiënten? +

Voor de omgang met 'ziekenhuisafval' van corona-patiënten is een werkinstructie gemaakt. Deze instructie geldt niet alleen voor ziekenhuizen, maar is ook van toepassing op verzorgingstehuizen, zorghotels, hospices etc., die corona-patiënten verzorgen en dus ook te maken hebben met het ‘droge’ afval dat afkomstig is van deze patiënten. De werkinstructie is bedoeld om te voorzien in het tekort aan verpakkingsmateriaal (RSA verpakkingen - 1H1 vaten). Daarnaast maakt de werkinstructie het mogelijk om het afval op een andere wijze (in goed gesloten zakken) te mogen verpakken en te kunnen vervoeren onder de in deze werkinstructie genoemde voorwaarden.

Op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) vindt u alle andere informatie over de inspectie in relatie tot COVID-19.

Vragen over het mee terug naar huis nemen van een cliënt +

Mogen cliënten die vrijwillig (hieronder vallen ook artikel 21 Wzd cliënten) in de instelling zijn opgenomen door de (wettelijk) vertegenwoordiger/verwant tijdelijk mee naar huis worden genomen? +

Cliënten gaan in principe niet voor een periode naar huis of op bezoek. Als de verwanten/ (wettelijke) vertegenwoordiger een cliënt die in een instelling woont wil ophalen om voor een periode naar huis te gaan, blijft die cliënt bij zijn verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger tot de bezoekersregeling is opgeheven. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, op basis van afwegingen die de organisatie maakt, met inachtneming van de algemene uitgangspunten en de ontstane situatie voor de individuele cliënt. Indien er sprake is van medische klachten, komt de cliënt (nog) niet terug naar de instelling, maar wordt er eerst getest en moet de uitslag bekend zijn.

Als de zorgorganisatie vindt dat het risico groot is dat de cliënt zichzelf of iemand anders ernstig benadeelt als hij het verblijf tijdelijk onderbreekt, kan de zorgorganisatie een inbewaringstelling aanvragen. De cliënt wordt dan gedwongen zijn verblijf voort te zetten.

Mogen cliënten die gedwongen in de instelling zijn opgenomen (met een RM of IBS) op grond van de Wet zorg en dwang door de (wettelijk) vertegenwoordiger/verwant tijdelijk mee naar huis worden genomen? +

De enige mogelijkheid om cliënten die door een uitspraak van de rechter met een RM of IBS gedwongen zijn opgenomen in de instelling, tijdelijk mee naar huis te kunnen nemen is als de cliënt of zijn vertegenwoordiger een verzoek tot verlof bij de zorgaanbieder doet. Verlof kan door de zorgaanbieder (al dan niet onder voorwaarden) worden verleend als de zorgaanbieder het verantwoord vindt dat de client buiten de accommodatie verblijft. De Wzd-functionaris moet instemmen met het verlof.

Welke eisen stelt het zorgkantoor als de verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger de cliënt mee naar huis willen nemen (financiering zorg-in-natura)? +

Vanwege het besmettingsgevaar achten de zorgkantoren het niet verstandig om een cliënt uit een zorginstelling naar huis te halen. Bestaat deze wens toch, dan is het erg belangrijk dat de verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger met de zorgaanbieder in gesprek gaan over de gevolgen van het in huis nemen van een cliënt, zoals:

  • Wie neemt de zorg voor de cliënt thuis op zich? Thuiszorg is in deze moeilijke tijd niet snel te realiseren.
  • Wat gebeurt er als een verwant zelf ziek wordt, wie zorgt er dan voor de cliënt? Als de thuissituatie onhoudbaar wordt, is de kans groot dat de zorginstelling de cliënt niet meer opneemt in verband met besmettingsgevaar.

Zorgkantoren verwachten dat zorgaanbieders het beste kunnen inschatten wat verantwoord is gezien de situatie thuis en in de instelling. Zij willen vooral benadrukken dat zorgaanbieders en verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger actief in overleg treden over de gevolgen van het in huis nemen van een cliënt. Op het moment dat verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger toch besluiten om de cliënt op te halen uit de instelling, is het belangrijk dat zij onderling afspraken maken. De zorgkantoren verlangen van zorgaanbieders dat zij de (wettelijk) vertegenwoordiger (en de verwant die de cliënt mee naar huis wil nemen als hij/zij niet tevens de (wettelijk) vertegenwoordiger is) een verklaring laten ondertekenen waarin zij de verantwoordelijkheid van de zorgverlening (voor de duur van de periode dat cliënt thuis verblijft) overnemen en mogelijk geen aanvullende hulp in de thuissituatie kunnen krijgen. Zie ook de Beleidslijnen van de zorgkantoren

Met wie maakt de zorgaanbieder afspraken over het tijdelijk mee naar huis nemen van de cliënt? +

Het uitgangspunt is dat afspraken worden gemaakt met de cliënt, tenzij hij/zij niet wilsbekwaam is om hierover afspraken te maken. In dat geval maakt de zorgaanbieder afspraken met de (wettelijk) vertegenwoordiger van de cliënt. Wanneer de (wettelijk) vertegenwoordiger niet tevens de verwant is die de cliënt mee naar huis wil nemen, dan moeten de afspraken worden gemaakt tussen de drie betrokken partijen ((wettelijk) vertegenwoordiger, verwant en zorgaanbieder). In alle gevallen geldt dat het van groot belang is dat zij overzien wat de consequenties zijn van het naar huis gaan/van het mee naar huis nemen van de cliënt. Het gesprek hierover, het uitleggen van de consequenties en het maken van afspraken zijn daarbij essentieel.

Eindigt de zorg- en dienstverleningsovereenkomst op het moment dat de cliënt mee naar huis wordt genomen? +

Nee in beginsel niet, tenzij de cliënt/(wettelijk) vertegenwoordiger hierom verzoekt. Het beëindigen van de overeenkomst is niet nodig wanneer de cliënt tijdelijk mee naar huis wordt genomen. Voor de periode waarin de cliënt de Wlz-instelling verlaat worden aanvullende afspraken gemaakt omdat de zorgaanbieder in deze periode tijdelijk niet in volle omvang aan de oorspronkelijke afspraken kan voldoen.

Welke afspraken zouden met de cliënt/(wettelijk) vertegenwoordiger/verwanten kunnen worden gemaakt als de cliënt mee naar huis wordt genomen? +

De afspraken zijn toegespitst op de specifieke situatie van de cliënt. Bij het maken van de afspraken kunt u denken aan de volgende onderwerpen:

  • welke zorg of begeleiding de zorgaanbieder nog wel kan leveren (onder welke voorwaarden) en wat niet;
  • de situatie waarin de thuissituatie onhoudbaar wordt (wat kan de zorgaanbieder daarin betekenen);
  • de situatie waarin de verwanten of de (wettelijk) vertegenwoordiger niet meer voor de cliënt kunnen zorgen vanwege bijvoorbeeld ziekte of zelfs overlijden;
  • de verantwoordelijkheid van de zorgverlening;
    Het zorgkantoor vereist dat de (wettelijk) vertegenwoordiger (en de verwant die de cliënt mee naar huis wil nemen als hij/zij niet tevens de (wettelijk) vertegenwoordiger is)  een verklaring ondertekenen waarin zij de verantwoordelijkheid van de zorgverlening (voor de duur van de periode dat cliënt thuis verblijft) overnemen en kunnen mogelijk geen aanvullende hulp in de thuissituatie krijgen. 
  • de terugkeer van de cliënt in de zorginstelling en welke procedures daarvoor gelden;
  • beschikbaarheid van de plek bij terugkomst;

Zie ook de beleidslijnen van de zorgkantoren.

De VGN adviseert zorgaanbieders om de afspraken op papier te zetten en ze te laten ondertekenen. Het uitgangspunt is dat afspraken worden gemaakt met de cliënt, tenzij hij/zij niet wilsbekwaam is om hierover afspraken te maken. In dat geval maakt de zorgaanbieder afspraken met de (wettelijk) vertegenwoordiger van de cliënt. Wanneer de (wettelijk) vertegenwoordiger niet tevens de verwant is die de cliënt mee naar huis wil nemen, dan moeten de afspraken worden gemaakt tussen de drie betrokken partijen ((wettelijk) vertegenwoordiger, verwant en zorgaanbieder).

Kunnen zorgaanbieders een tegemoetkoming in de kosten betalen wanneer de cliënt tijdelijk mee naar huis is genomen door verwanten/(wettelijk) vertegenwoordiger? +

Zorgaanbieders kunnen met verwanten afspraken maken over een tegemoetkoming in de kosten. Bijvoorbeeld een vergoeding voor maaltijden of de kosten van hulpmiddelen zoals incontinentiemateriaal. Veel zorgaanbieders maken al dergelijke afspraken als de client voor vakantie of een weekend naar huis wordt genomen. Zorgaanbieders zijn dit echter niet verplicht.

Kunnen zorgaanbieders de kosten voor een leegstaande verblijfsplek blijven declareren? +

De eerste 14 dagen afwezigheid vallen onder de reguliere afspraken voor afwezigheidsdagen en mogen worden gedeclareerd. Daarna stopt de declaratie en wordt de leegstand (in deze corona-tijd) gefinancierd via de compensatie voor omzetderving. Hiervoor ontwikkelt de NZa momenteel een beleidsregel.

Wat gebeurt er met de eigen bijdrage als een cliënt tijdelijk uit een zorginstelling vertrekt? +

In de meeste gevallen blijft de cliënt een eigen bijdrage betalen, omdat de plek in de zorginstelling gereserveerd blijft. Met de eigen bijdrage wordt bijvoorbeeld ook de ‘huur’ betaald. Wil de cliënt voor langere tijd uit de zorginstelling? Dan kan hij met het zorgkantoor de mogelijkheden bespreken. Het is wel mogelijk dat de plek in de instelling dan naar iemand anders gaat. Kiest de cliënt met het zorgkantoor voor een andere soort zorg? Dan is het mogelijk dat de eigen bijdrage verandert. (bron: CAK informatie over het coronavirus)

Vragen over arbeidsvoorwaarden

Vragen over loondoorbetaling +

Geldt er een loondoorbetalingsplicht voor werknemers besmet met het coronavirus? +

Werknemers die besmet zijn met het coronavirus en daarvan klachten ondervinden hebben recht op doorbetaling van loon. Zij zijn immers ziek. (Artikel 11:4 CAO en artikel 7:629 lid 1 BW).

Geldt er een loondoorbetalingsplicht bij quarantaine van een werknemer? +

De overheid kan maatregelen opleggen om mensen die in contact zijn (geweest) met een coronapatiënt (en dus eventueel besmet zijn) in quarantaine te plaatsen. In dat geval is geen sprake van ziekte, maar heeft een werknemer toch recht op loon. In deze situatie kan de werkgever van de werknemer verlangen dat hij zo mogelijk werkzaamheden vanaf het quarantaineadres verricht. (Artikel 7:628 BW).

Geldt er een loondoorbetalingsplicht voor quarantaine van een werknemer in een vakantieland?  +

Ook de werknemer die in zijn vakantieland in quarantaine moet blijven heeft recht op loondoorbetaling. Deze quarantaineperiode gaat in principe niet van zijn vakantiedagen af. De enige uitzondering is als de werkgever kan bewijzen dat dit in de risicosfeer van de werknemer ligt. Dit zal lastig te bewijzen zijn. (Artikel 7:628 BW).

Een werknemer staat ingepland voor een dienst waarvoor hij onregelmatigheidstoeslag (ORT) ontvangt. De werknemer kan deze dienst echter niet draaien in verband met het coronavirus. Heeft de werknemer recht op doorbetaling van de ORT? +

De werknemer behoudt recht op loon omdat hij zijn werk niet kan verrichten door een oorzaak die in redelijkheid niet voor rekening van de werknemer kan worden gebracht (artikel 7:628 BW).  
 
De VGN adviseert het loon door te betalen dat de werknemer had kunnen verdienen als deze wel het werk had kunnen verrichten. Dat brengt met zich mee dat de werkgever ook ORT verschuldigd is op basis van het reeds vastgestelde rooster. Als er geen vastgesteld rooster (meer) is, dan betaalt de werkgever een gemiddelde ORT. 
 
We adviseren de ORT op maandbasis te meten over een periode van zes maanden voorafgaand aan de maand waarin de werknemer zijn werk niet heeft kunnen verrichten door een oorzaak die in redelijkheid niet voor rekening van de werknemer behoort te komen.

Vragen over naar huis sturen / ander werk / meer werken / minder werken +

Mag de werkgever een werknemer met ziekteverschijnselen naar huis sturen om cliënten en collega’s tegen besmetting te beschermen?  +

Een werkgever moet altijd gegronde redenen hebben om een werknemer naar huis te sturen. In een dergelijk geval is aannemelijk dat de risico’s van tewerkstelling van een besmette werknemer (besmetting van collega’s, bedreiging van de continuïteit van de zorgverlening en besmetting van degenen aan wie zorg wordt verleend) het naar huis sturen rechtvaardigen. Als er sprake is van verdachte ziekteverschijnselen, moet de GGD ingelicht worden en moeten de aanwijzingen van de GGD opgevolgd worden. (Artikel 7:611 BW).

Mag de werkgever een werknemer te werk stellen op een andere afdeling/werkplek? +

Ja, indien, gelet op de omstandigheden van het concrete geval, van de werknemer als goed werknemer gevergd kan worden gevolg te geven aan een dergelijke opdracht, en de werknemer geen steekhoudende bezwaren heeft die opwegen tegen de gerechtvaardigde belangen van de werkgever. 

De werknemer behoudt het loon, behorend bij de eigen functie. (Artikel 7:611 en 7:660 BW en Artikel 3:10 CAO).

Mag de werkgever een werknemer, die normaal gesproken geen werkzaamheden in onregelmatige dienst verricht, nu werkzaamheden in onregelmatige dienst opdragen? +

Ja, indien, gelet op de omstandigheden van het concrete geval, van de werknemer als goed werknemer gevergd kan worden gevolg te geven aan een dergelijke opdracht, en de werknemer geen steekhoudende bezwaren heeft die opwegen tegen de belangen die de werkgever met de opdracht beoogt te dienen. 

De werknemer behoudt het loon, behorend bij de eigen functie. Tevens gelden de bepalingen uit de CAO met betrekking tot onregelmatigheidstoeslag. (Artikel 7:611 en 7:660 BW en Artikel 3:10 CAO).

Mag de werkgever een werknemer verplichten meer te werken dan is overeengekomen? +

Ja, indien, gelet op de omstandigheden van het concrete geval, van de werknemer als goed werknemer gevergd kan worden gevolg te geven aan een dergelijke opdracht, en de werknemer geen steekhoudende bezwaren heeft die opwegen tegen de belangen die de werkgever met de opdracht beoogt te dienen. (Artikel 7:611 en 7:660 BW en Artikel 3:10 CAO). 

Mag een werknemer, in verband met besmettingsgevaar op de werkplek, ander werk claimen? +

Nee. De verplichting om de overeengekomen arbeid te verrichten vloeit als belangrijkste verplichting voor de werknemer voort uit de arbeidsovereenkomst. Een werknemer is, ook bij besmettingsgevaar, verplicht om zijn werk uit te voeren, aangenomen dat de werkgever, conform de zorgplicht voortvloeiend uit de Arbowet, voorzorgsmaatregelen neemt ten behoeve van een veilige en gezonde werkplek.

Mogelijk moet in uitzonderlijke gevallen worden aangenomen dat een werknemer ander werk kan claimen indien van deze werknemer, gelet op de omstandigheden van het concrete geval, in verband met besmettingsgevaar niet gevergd kan worden het werk op de eigen werkplek te blijven verrichten. Gedacht moet worden, bijvoorbeeld, aan een werknemer die behoort tot de risicogroep met een (sterk) verhoogde kans op (ernstige) complicaties bij besmetting, die op de eigen werkplek in contact komt met mensen die besmet zijn, terwijl alternatief werk voorhanden is op een werkplek (nagenoeg) zonder besmettingsgevaar. In beginsel behoudt de werknemer in dat geval het loon, behorend bij de eigen functie. 

Een medewerker heeft ook een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever. Wij willen niet dat deze medewerker bij de andere werkgever werkt in verband met besmettingsgevaar. Kunnen wij de medewerker verbieden bij de andere werkgever te werken? +

In beginsel kan een werkgever een werknemer niet verbieden bij een andere werkgever te werken tenzij deze nevenwerkzaamheden redelijkerwijs onverenigbaar zijn met de functie dan wel met de belangen of het aanzien van de instelling (artikel 3:13 CAO). Of de nevenarbeid onverenigbaar is met de functie en/of belangen, zal per geval beoordeeld moeten worden.  
Om de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken kunnen we ons voorstellen dat het verstandig is te besluiten dat medewerkers vooralsnog niet meer bij meerdere zorgorganisaties of op meerdere locaties werken. Wij adviseren u, indien u niet wilt dat uw medewerker werkzaamheden verricht bij een andere werkgever in verband met besmettingsgevaar, in overleg te treden met deze andere werkgever en samen naar een oplossing te zoeken. Zo kan bijvoorbeeld in het geval van meerdere werkgevers onderling afgesproken worden dat er voor deze periode één groter contract wordt aangeboden aan de betreffende medewerker door de werkgever waar tot dusver sprake was van de grootste contractomvang. 
 

Wij hebben het rooster voor de komende periode vastgesteld maar nu blijkt dat medewerkers door sluiting van een locatie de uren zoals opgenomen in het rooster niet (geheel) kunnen werken. Wat heeft dit voor gevolgen? +

Een rooster moet tenminste 21 etmalen van tevoren bekend worden gemaakt worden door de werkgever (artikel 6:6 CAO). Is dit rooster eenmaal gepubliceerd dan kan een werkgever hierin niet zomaar eenzijdig wijzigingen aanbrengen. 

We adviseren werkgevers in een situatie dat een afdeling of locatie wordt gesloten vanwege het coronavirus te kijken of medewerkers ingezet kunnen worden voor andere werkzaamheden, desnoods op een andere afdeling of locatie. Een werkgever moet zijn werknemers namelijk in de gelegenheid te stellen hun uren te kunnen werken. Wij adviseren u hierover in overleg te gaan met de betreffende medewerkers.

Blijkt dat er geen of onvoldoende ander werk is dan mag dit niet voor rekening van de werknemer komen. Het betekent dat de werknemer recht houdt op loondoorbetaling over de geroosterde uren. Ook mag de werknemer niet worden gevraagd deze uren op een later tijdstip in het jaar alsnog te maken. Het inhouden van vakantie- of PBL-uren is ook niet mogelijk zonder instemming van de medewerker. 

Er is onvoldoende werk voorhanden omdat de dagbesteding is gesloten en niet alle medewerkers op woongroepen kunnen worden ingezet. Hoe gaan we om met opgebouwde plusuren van medewerkers die we niet in kunnen zetten omdat er niet genoeg werk is? +

Of de werkgever de door een medewerker opgebouwde plusuren kan inzetten/compenseren in deze periode zal afhangen van de afspraken die met de betreffende medewerker gemaakt zijn. Als de afspraak is dat eerder gemaakte plusuren elders in het jaar gecompenseerd worden, dan zou u deze uren nu kunnen compenseren. Zijn er andere afspraken gemaakt of gebruikelijk, bijvoorbeeld dat de uren in een bepaalde periode worden gecompenseerd, dan kan dit weer anders liggen. U dient hierbij rekening te houden met het arbeids- en rustpatroon van de werknemer.

Vragen over thuiswerken +

Moet ik mijn werknemers thuis laten werken? +

Het kabinet roept werkgevers op om werknemers zo veel mogelijk thuis te laten werken. Daarnaast is de oproep aan u om de werktijden van uw werknemers zo veel mogelijk te spreiden (Rijksoverheid). 

Kan een werknemer nog aanspraak maken op een reiskostenvergoeding als hij thuis werkt? +

Artikel 9:1 CAO gaat er van uit dat een werkgever samen met de OR/PVT een eigen regeling maakt voor reiskosten woon-werkverkeer. Heeft u een eigen reiskostenregeling woon-werkverkeer, dan is het afhankelijk van de inhoud van deze regeling of een werknemer nog aanspraak kan maken op een reiskostenvergoeding als hij thuis werkt.  

Is er geen regeling reiskosten woon-werkverkeer met de OR/PVT tot stand gekomen dan heeft een werknemer op grond van artikel 9:1 minimaal recht op een tegemoetkoming in de reiskosten van 8 cent per kilometer voor het eenmaal dagelijks heen en weer reizen van zijn woning naar zijn werk. De maximale vergoeding is gebaseerd op een enkele reisafstand van 30 kilometer. Op het moment dat er geen reisbewegingen meer plaats vinden tussen de woning en het werk (omdat de werknemer thuis werkt), kan de werkgever de reiskostenvergoeding op grond van de CAO stopzetten.  

Versoepeling beleid vaste reiskostenvergoeding  

Het ministerie van Financiën heeft een versoepeling aangebracht met betrekking tot de betaling van de vaste reiskostenvergoeding. Als een werkgever een vaste reiskostenvergoeding aan werknemers betaalt, die vanwege de coronacrisis (bijna) volledig thuiswerken, dan mag hij deze vergoeding blijven betalen zolang de crisismaatregelen gelden. Voorwaarde is dat u de vaste reiskostenvergoeding voor 13 maart 2020 hebt toegekend aan uw werknemers. 

Meer informatie over reiskostenvergoedingen en OV-abonnementen van uw werknemers vindt u op de site van de Belastingdienst. 

Is een werkgever verplicht om een thuiswerkvergoeding te geven? +

Wij volgen de richtlijnen van AWVN.  

Uitzonderlijke situatie 
Op dit moment is er sprake van een uitzonderlijke situatie en kunnen we niet stellen dat thuiswerken een normale werkplek is. Het is aan het overleg tussen werkgever en werknemer, eventueel tijdelijk, apparatuur ter beschikking te stellen. Wel is het zinvol, zeker omdat deze periode van thuiswerken waarschijnlijk wel enige tijd duurt, werknemers voor te lichten over het goed inrichten van hun werkplek. Niemand is er immers bij gebaat wanneer medewerkers klachten aan hun nek, armen, rug of schouders ontwikkelen. 

Vragen over vakantie +

Mag de werkgever een verzoek van een werknemer om vakantie afwijzen?  +

De werkgever kan een verzoek van de werknemer tot het opnemen van vakantie afwijzen op basis van gewichtige redenen. Daarvan is sprake als het inwilligen van het verzoek tot ernstige verstoring van de bedrijfsvoering zou leiden. De werkgever dient de gewichtige reden binnen twee weken nadat de werknemer zijn wens schriftelijk kenbaar heeft gemaakt, schriftelijk mee te delen.

In geval van gewichtige redenen wordt de vakantie op zodanige wijze vastgesteld dat de werknemer als desverlangd, voor zover zijn aanspraak daartoe toereikend is, gedurende twee opeenvolgende weken of tweemaal een week geen arbeid hoeft te verrichten. De werkgever is verplicht de werknemer de resterende aanspraak op vakantie in dagen of uren te verlenen, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. (Artikel 7:638 BW).

Mag de werkgever besluiten dat in een bepaalde periode geen vakantie mag worden opgenomen?  +

Ook als de werkgever heeft besloten dat in een bepaalde periode geen vakantie mag worden opgenomen, dan kan de werkgever een verzoek van de werknemer tot het opnemen van vakantie in de betreffende periode alleen afwijzen op basis van gewichtige redenen (zie het antwoord op de vraag 'Mag de werkgever een verzoek van een werknemer om vakantie afwijzen?').

Mag de werkgever een reeds toegekende vakantie intrekken? +

De werkgever kan als daar gewichtige redenen toe zijn, na overleg met de werknemer, een verleende vakantie intrekken. Indien de werknemer als gevolg van het intrekken van de vakantie geldelijk schade lijdt, heeft de werknemer recht op vergoeding van de schade. (Artikel 8:8 CAO, Artikel 7:638 BW).

Hoe om te gaan met een verzoek van de werknemer om in de huidige situatie zijn vakantie in te trekken. Mag de werkgever dit verzoek weigeren? +

Nu de landelijke maatregelen zijn verlengd en premier Rutte zelfs adviseerde geen plannen te maken voor de Paasdagen en meivakantie is het denkbaar dat medewerkers hun reeds geplande en toegekende vakantie de komende periode willen intrekken. Een medewerker kan dit niet eenzijdig doen en zal daarover met u als werkgever in overleg moeten treden. In het kader van goed werkgeverschap adviseren wij u om u hierin zo veel mogelijk soepel op te stellen. Dat op een later moment niet alle medewerkers tegelijk alsnog met vakantie kunnen, moge ook duidelijk zijn. En ook het voldoende rust nemen door medewerkers, zeker in deze tijd, blijft een aandachtspunt.

Een werknemer kan voor 1 juli 2020 niet al zijn vakantie-uren, die zijn opgebouwd in 2019, opnemen. Komen deze uren dan per 1 juli 2020 te vervallen? +

Het uiteindelijke antwoord zal afhankelijk zijn van de situatie. Heeft de werknemer al een deel van zijn vakantie-uren opgenomen? Heeft hij nog al zijn vakantie-uren uit 2019 staan en zo ja, waarom zijn deze uren niet al eerder (deels) opgenomen? Zijn er afspraken gemaakt met de werkgever over opname?  De wet zegt dat de vakantie-uren die in 2019 zijn opgebouwd, komen te vervallen per 1 juli 2020 tenzij de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Of de werknemer redelijkerwijs niet is staat is geweest zijn vakantie op te nemen zal per geval moeten worden beoordeeld.  
 
De wet geeft de mogelijkheid om ten gunste van de werknemer af te wijken van de termijn van zes maanden. Er moet sprake zijn van overeenstemming tussen u en uw werknemer en dit moet schriftelijk worden vastgelegd met beide handtekeningen (artikel 7:640a BW). Indien er geen andere vervaltermijn wordt afgesproken dan vervallen de vakantie-uren als de werknemer ze redelijkerwijs wel had kunnen opnemen.  
In het geval de werknemer de vakantie-uren redelijkerwijs niet had kunnen opnemen, geldt een verjaringstermijn van 5 jaren (artikel 7:642 BW). 
 
Voor de volledigheid willen wij u er nog op wijzen dat de werkgever de werknemer actief moet informeren dat zijn vakantie-uren vervallen als hij deze niet opneemt en de werkgever moet de werknemer serieus de mogelijkheid geven zijn vakantie-uren op te nemen. Pas als de werknemer dit niet doet, dan zullen de vakantie-uren vervallen. Indien er discussie ontstaat of een werkgever zich voldoende heeft ingespannen, dan is het aan de werkgever om aan te tonen dat aan deze verplichting is voldaan.

Mag een werkgever een werknemer verbieden naar het buitenland met vakantie te gaan? +

Nee, een werkgever kan niet een vakantiebestemming van een werknemer bepalen. Wel is aan te raden de werknemer te wijzen op mogelijke consequenties van de keuze om naar een ‘code oranje’ of ‘code rood’ land te gaan. Zie hiervoor ook de navolgende vragen en antwoorden.

Heeft een werknemer recht op loon als hij vanwege een uitreisverbod of quarantaine na vakantie in het buitenland geen arbeid kan verrichten? +

Vanaf 1 januari 2020 is het uitgangspunt van de wet: ‘geen arbeid, wel loon’. Dit betekent dat in beginsel het salaris van een werknemer moet worden doorbetaald, tenzij het niet kunnen verrichten van de werkzaamheden volledig aan de werknemer te wijten is. Met andere woorden: heeft de werknemer schuld aan het ontstaan van de situatie waardoor er geen arbeid kan worden verricht? Die vraag moet van geval tot geval worden beantwoord, waarbij de bewijslast bij de werkgever ligt.

Als een werknemer naar een land reist met ‘code geel’, en die code wijzigt gedurende de vakantie in ‘code oranje’ waardoor de werknemer niet kan terugkeren of bij thuiskomst in quarantaine moet, dan heeft de werknemer niet per definitie een groot risico genomen. Naar verwachting is de kans klein dat dit risico voor rekening van werknemer komt. De werknemer heeft dan dus recht op loon.

Reist de werknemer af naar een land met ‘code oranje’ of ‘code rood’ dan zou gesteld kunnen worden dat de werknemer een onnodig en bewust risico heeft genomen, dat voor zijn risico behoort te komen. De werknemer kan dan ook geen aanspraak maken op loon als hij niet tijdig kan terugkeren dan wel na terugkomst in quarantaine moet. Uiteraard heeft de werknemer wel recht op loon als blijkt dat hij, al dan niet vanaf zijn vakantieadres, werkzaamheden kan verrichten.

Let op! Inhouding van loon is een zware sanctie. Zeker, in geval van quarantainemaatregelen, is nog niet bekend hoe een rechter hier tegenaan kijkt. Het is daarom noodzakelijk om uw werknemers voorafgaand aan hun vakantie schriftelijk en nadrukkelijk te wijzen op het (aanzienlijke) risico dat zij nemen door af te reizen naar een risicogebied (‘code oranje’ of ‘code rood’) en de gevolgen die dit met zich mee kan brengen indien zij door een uitreisverbod of quarantaine geen arbeid kunnen verrichten.

Heeft de werknemer die afreist naar een risicogebied en ziek wordt recht op loondoorbetaling? +

Ja, in beginsel heeft deze werknemer recht op loon. De wet geeft namelijk aan dat een zieke medewerker geen recht heeft op doorbetaling van zijn loon als de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt. De opzet moet gericht zijn op het ziek worden en de medewerker moet de ziekte hebben willen veroorzaken. Een werkgever moet deze opzet bewijzen. Dit zal in de praktijk erg lastig zijn, aangezien uit de rechtspraak volgt dat risicovol gedrag niet kan worden gekwalificeerd als opzet.

Mag ik als werkgever een werknemer vragen of hij naar een gebied met ‘code oranje’ of ‘code rood’ is geweest? +

Ja, dat mag. U vraagt hem/haar niet om medische gegevens. U heeft een gerechtvaardigd belang omdat u uw (wettelijke) zorgplichten voor werknemers en/of cliënten moet nakomen, ondanks het feit dat een bevestigend antwoord negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de werknemer. Het is daarom wel belangrijk uw beleid op dit punt van tevoren bekend te maken.

Vragen over calamiteitenverlof / kortdurend zorgverlof / ouderschapsverlof +

Heeft de werknemer recht op calamiteitenverlof in geval van tijdelijke sluiting van de kinderopvang of de school? +

Vanaf 16 maart zijn zowel de kinderopvangcentra als de scholen gesloten in verband met het coronavirus. Soms kan het even duren voordat een werknemer opvang heeft gevonden voor zijn kind(eren). De werknemer kan dan een beroep doen op het calamiteitenverlof. Het calamiteitenverlof is echt bedoeld om gedurende een korte periode een acuut privéprobleem op te lossen. Heeft de werknemer langer verlof nodig, dan kan hij in overleg met de werkgever vakantie-uren, PBL-uren of onbetaald verlof opnemen. (Artikel 4:1 Wet arbeid en zorg).

Mag de werkgever, in verband met een personeelstekort, een steekhoudend verzoek van een werknemer om calamiteitenverlof afwijzen?  +

Nee. De wet voorziet niet in mogelijkheden om een steekhoudend verzoek om calamiteitenverlof af te wijzen. Het calamiteitenverlof is beperkt tot ‘een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer de werknemer zijn werk niet kan verrichten wegens zeer persoonlijke omstandigheden’. Dit geeft aanknopingspunten om met de werknemer in overleg te treden over de mogelijkheden om de duur van het verlof zoveel mogelijk te beperken. (Artikel 4:1 Wet arbeid en zorg).

Mag de werkgever, in verband met een personeelstekort, een steekhoudend verzoek van een werknemer om kortdurend zorgverlof afwijzen?  +

Het kortdurend zorg verlof vangt niet aan of eindigt zodra de werkgever tegen het opnemen of voortzetten ervan een dusdanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. (Artikel 5:4 lid 2 Wet arbeid en zorg).

Hoe luidt het antwoord op de voorgaande twee vragen als het verzoek om verlof verband houdt met sluiting van de kinderdagverblijven en de scholen vanwege het coronavirus?  +

Calamiteitenverlof:  
Het antwoord luidt niet anders.  
De wet voorziet niet in mogelijkheden om een steekhoudend verzoek om calamiteitenverlof af te wijzen. Het calamiteitenverlof is beperkt tot ‘een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer de werknemer zijn werk niet kan verrichten wegens zeer persoonlijke omstandigheden’. Dit geeft aanknopingspunten om met de werknemer in overleg te treden omtrent over de mogelijkheden om de duur van het verlof zoveel mogelijk te beperken. (Artikel 4:1 Wet arbeid en zorg). 

Kortdurend zorgverlof: 
Kortdurend zorgverlof wordt alleen verleend ten behoeve van de noodzakelijke verzorging van partners en naaste familie in verband met ziekte, en is in het gegeven geval dus niet aan de orde. Zie voor de kring van zorgbehoevenden artikel 5:1 Wet arbeid en zorg.

Mag de werkgever besluiten dat in een bepaalde periode geen ouderschapsverlof mag worden opgenomen? +

Nee. De werknemer heeft recht op verlof van ten hoogste zesentwintig maal de wekelijkse arbeidsduur. De wet voorziet niet in mogelijkheden om een dergelijk verzoek om ouderschapsverlof af te wijzen. De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de door deze gewenste wijze van invulling van het verlof op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. (Artikel 6:2 en 6:5 Wet arbeid en zorg).

Mag de werkgever reeds toegekend ouderschapsverlof (voor een bepaalde periode) intrekken? +

Nee. De wet voorziet niet in mogelijkheden om reeds verstrekt ouderschapsverlof in te trekken.

De werkgever kan wel, na overleg met de werknemer, de spreiding van de uren over de week op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. (Artikel 6:5 Wet arbeid en zorg).

Vragen over werktijdverkorting +

Kan ik als werkgever werktijdverkorting en een WW-uitkering voor mijn werknemers aanvragen? +

Nee, dat is niet meer mogelijk. Het kabinet heeft op 17 maart 2020 een nieuwe tijdelijke maatregel geïntroduceerd het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Momenteel wordt overleg gevoerd met UWV over de uitvoering van deze regeling. De hoofdlijnen van deze regeling zijn al bekend en vindt u hier. Echter, VWS heeft zowel met zorgkantoren als met gemeenten afgesproken dat zorgaanbieders eerst een beroep op specifieke afspraken binnen de Wlz en het sociaal domein moeten doen, voordat zij een beroep kunnen doen op het noodpakket van het kabinet (waaronder de NOW). Aanbieders die worden geconfronteerd met liquiditeits- en andere financiële problemen dienen dan ook eerst in overleg te treden met hun reguliere financiers voordat zij NOW aanvragen.

De VGN zou, daar waar mogelijk, verzoeken om arbeidstijdverkorting willen voorkomen. De handen in de zorg zijn momenteel schaars. We vragen onze leden dan ook te onderzoeken of er andere ‘creatieve’ oplossingen zijn door (tijdelijk) overtollige medewerkers in te zetten op plekken waar wel tekorten zijn (desnoods buiten de eigen organisatie of eigen branche).

Er is een breed landelijk initiatief gestart om vraag en aanbod in Zorg en Welzijn te matchen. Via deze landelijke website worden vraag om extra handen en aanbod van extra zorgpersoneel in kaart en bij elkaar gebracht: www.extrahandenvoordezorg.nl.

Vragen over privacy +

Kan een werknemer worden verplicht mee te werken aan een medisch onderzoek naar mogelijke besmetting van de werknemer met het coronavirus?  +

Nee, in beginsel niet. Op grond van de privacy wetgeving is het niet toegestaan om medewerkers preventief te testen / te controleren op Corona. Het is in Nederland namelijk niet toegestaan om medische persoonsgegevens van medewerkers te verwerken. Het (preventief) medisch testen / controleren van medewerkers op Corona kan enkel via een (bedrijfs)arts.

De wet voorziet ook niet in deze specifieke crisissituatie. Dit betekent dat er in de wet geen uitzondering is gemaakt op bovenstaande hoofdregel. Dit neemt niet weg dat de situatie maakt dat, het voor de continuïteit van de zorgverlening, noodzakelijk kan zijn om medewerkers te testen. Is dat het geval dan dient dit in de eerste plaats goed onderbouwd en gemotiveerd te kunnen worden. Vervolgens is het van belang om in elk geval de bedrijfsarts en de Functionaris Gegevensbescherming aan te haken. Tot slot is het essentieel om – indien hiertoe wordt overgegaan – de minst privacy-belastende route te kiezen om er voor te zorgen dat minimaal persoonsgegevens worden verwerkt. Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan inventarisatie op afdelingsniveau die niet te herleiden zijn naar persoonsniveau. Stem de handelswijze ook met de bedrijfsarts en de Functionaris Gegevensbescherming af. 

Gezien de snelheid waarmee de ontwikkelingen – ook voor wat betreft regelgeving en handhaving elkaar opvolgen – raden wij u aan om ook de site van de Autoriteit Persoonsgegevens te raadplegen. 

Mag ik mijn werknemer vragen of hij of zij het coronavirus heeft? +

Nee, dat mag niet. Als werkgever mag u niet vragen naar de aard en oorzaak van iemands ziekte. Let op: vertelt uw werknemer uit zichzelf wat hij of zij mankeert? Dan mag u deze informatie niet vastleggen of delen. (Bron: Autoriteit Persoonsgegevens).

Vragen over wet arbeidsmarkt in balans (WAB) +

Mijn werknemers werken veel over in verband met het coronavirus. Moet ik dan de lage WW-premie herzien? +

De bepaling dat voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt de hoge WW-premie moet worden afdragen wordt voor 2020 voor alle werkgevers opgeschort.

Sinds 1 januari betalen werkgevers, onder de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In het verlengde daarvan is in het Besluit Wfsv opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze bepaling leidt nu tot onbedoelde effecten in sectoren waar vanwege het Coronavirus veel extra overwerk nodig is, zoals de zorg. De Stichting van de Arbeid heeft daarom verzocht deze regeling aan te passen. Het kabinet heeft toegezegd de regeling tijdelijk te wijzigen.

Om deze onbedoelde effecten weg te nemen is besloten dat werkgevers over het kalenderjaar 2020 op basis van de 30% herzieningssituatie de lage WW-premie niet hoeven te herzien. Dit staat in de Kamerbrief moties en toezeggingen maatregelen noodpakket. Omdat een gerichte sectorale maatregel zeer bewerkelijk is voor de uitvoering, is ervoor gekozen om voor het jaar 2020 een generieke uitzondering te maken voor de 30% herzieningssituatie. Een generieke oplossing geldend voor alle werkgevers, voorkomt daarnaast onduidelijkheid over wie er wel of niet onder de uitzondering moet vallen. Geen enkele werkgever hoeft dus over het jaar 2020 de WW-premie op grond van die situatie te herzien. Het Besluit Wfsv zal hiertoe tijdelijk worden aangepast. Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Vanwege de coronacrisis heb ik niet voor iedere medewerker die voor 1 januari 2020 in dienst was voor onbepaalde tijd een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor 1 april aanstaande. Moet ik dan alsnog een hoge WW-premie gaan betalen? +

Op 9 december jl. heeft de minister van SZW aan de Tweede Kamer gemeld dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het vanwege het Coronavirus niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk is om aan die voorwaarde te voldoen, is deze periode verlengd tot 1 juli 2020.

Vragen over fiscale maatregelen +

Welke regels gelden er met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van een werknemer? +

Werkgevers hebben bepaalde wettelijke verplichtingen. De huidige omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat werkgevers deze verplichtingen niet tijdig kunnen nakomen. Zo heeft de werkgever de plicht om de identiteit van de werknemer vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs. Als een werkgever een werknemer niet tijdig kan identificeren, kan dit leiden tot een forse boete. Ook betekent dit dat de toepassing van het anoniementarief achterwege kan blijven als de werkgever de identiteit van de werknemer alsnog vaststelt zodra hij daar in redelijkheid toe in staat is. Op de site van de VGN is hierover meer informatie te vinden.

Kan ik een vaste vergoeding (bijv. een vaste reiskostenvergoeding of lunchvergoeding) aan mijn werknemer blijven vergoeden, ook al werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? +

Ja, u hoeft de vaste vergoeding niet aan te passen. Zolang de crisismaatregelen gelden, mag u blijven uitgaan van de feiten waarop de vaste vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde is wel dat u de vaste vergoeding voor 13 maart 2020 hebt toegekend aan uw werknemers. 

Voor meer informatie over vaste vergoedingen verwijzen wij u naar de Belastingdienst (onder het kopje ‘vaste vergoedingen’). Daarnaast vindt u op bij de Belastingdienst specifieke informatie over reiskostenvergoedingen en OV-abonnementen van uw werknemers. 

Geldt er tijdens de coronacrisis een verruiming van de werkkostenregeling? +

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt in 2020 eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daar ruimte voor hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon.

Ik werk momenteel vanwege de coronacrisis veel meer dan normaal. Hierdoor stijgt mijn inkomen. Komt mijn huurtoeslag hiermee in gevaar? +

Ja, dit is mogelijk het geval. De afgelopen weken is, naar aanleiding van Kamervragen, verkend of er voor de zorg en/of voor andere vitale sectoren waar nu veel wordt overgewerkt een maatregel of regeling getroffen kan worden die voorkomt dat een mogelijk hoger huishoudinkomen in 2020 als gevolg van het overwerk doorwerkt naar de toeslagen. Staatssecretaris Van Huffelen heeft laten weten dat de uitkomst van deze verkenning is dat het niet mogelijk is om uitzonderingen te maken voor specifieke groepen, of dat op een of andere manier rekening kan worden gehouden met een eventueel resulterende terugvordering van toeslagen als gevolg van overwerk na afloop van dit corona-jaar. De Belastingdienst/Toeslagen kan namelijk niet zien of iemand in de zorg of in een andere vitale sector werkt en kan ook niet uit de basisregistratie inkomen halen of het inkomen afkomstig is uit regulier werk of uit overwerk. Dat betekent dat, als er in deze coronatijd compensatie geboden zou worden voor vermindering van toeslagen als gevolg van overwerk, dit voor iedereen zou moeten gelden die in 2020 meer is gaan verdienen, dus ook als gevolg van een nieuwe baan, een andere partner of een gewijzigd arbeidscontract.

Heeft u een vraag, die hierboven niet aan de orde komt, stuur dan een e-mail naar corona@vgn.nl.

Deze pagina is een onderdeel van: