Blog: ‘Minder meer’, kwalijke zorgframes

Als alle kosten stijgen die aanbieders van gehandicaptenzorg maken, maar ze krijgen slechts een deel daarvan vergoed, dan is ‘minder meer’ wel degelijk hetzelfde als keihard bezuinigen. Stijn Verbruggen is coördinator public affairs bij de VGN en blogt over zaken die hem opvallen in politiek Den Haag. Dit keer over hardnekkige zorgframes.

ZZPer verleent complexe zorg

‘De stijgende zorgkosten zijn ‘onhoudbaar’ en met het nieuwe kabinetsbeleid wordt er niet bezuinigd op de zorg, er gaat alleen ‘minder meer’ geld naartoe.’ Dit zijn twee zeer hardnekkige, maar erg gekleurde frames in één zin, die de laatste tijd weer vaak opduiken. Politici die willen bezuinigen op de zorg gebruiken ze veelvuldig. In dit blog duik ik wat dieper in deze frames, in het bijzonder in de context van de gehandicaptenzorg. De gehandicaptenzorg wijkt op een aantal punten namelijk flink af van andere zorgvormen, waardoor deze frames hier echt misplaatst zijn. Journalist Sven Kockelmann nam het ‘minder meer’-frame afgelopen vrijdagavond in zijn talkshow ‘Café Kockelmann’ helaas nog klakkeloos over toen het ging over de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg. 

'Oude' bezuinigingen gaan in 2027 in: -158 miljoen euro 

Minister Heijnen van Financiën, die ook aan tafel zat, knikte instemmend. Minister Sterk van Langdurige zorg : ‘Dat is wel een belangrijke opmerking. Er wordt steeds het beeld geschetst alsof we bezuinigd wordt op de gehandicaptenzorg. Op dit moment wordt er niet bezuinigd op de gehandicaptenzorg, maar gaat er sterker nog heel veel geld extra naar toe.’ Het klopt dat er dit jaar nog niet bezuinigd wordt op de gehandicaptenzorg, want de geplande bezuinigingen voor 2026 werden vorig jaar op de valreep controversieel verklaard. In 2027 gaan de bezuinigingen uit het coalitieakkoord van kabinet Rutte 4 alsnog in: dit komt voor de gehandicaptenzorg neer op een tariefkorting van 140 miljoen euro. In 2027 gaat ook een bezuiniging van het kabinet Schoof op de gehandicaptenzorg in. Die begint nog ‘bescheiden’ met 18 miljoen euro, maar loopt de jaren daarna stevig op. In 2030 bedraagt deze tariefkorting al 99 miljoen euro. Het betreft in 2030 dus in totaal 239 miljoen euro aan bezuinigingen van vorige kabinetten op de zorgtarieven in de gehandicaptenzorg: het is niet zo dat de sector minder mensen hoeft te helpen en daarom minder geld krijgt, maar deze bezuinigingen gaan volledig te laste van het budget per persoon: dat gaat omlaag. Dit leidt onherroepelijk tot zorgverschraling.

‘De vraag is hoe realistisch het ingeboekte bezuinigingsbedrag bij deze ambitie is’

Langer thuis wonen, maar in welk huis?

Bovenop deze ‘oude’ bezuinigingen komen nu de ‘nieuwe’ bezuinigingen van het kabinet Jetten. Die beginnen ook al in 2027, met een bezuiniging van 45 miljoen euro, en lopen de jaren daarna stevig op, naar 267 miljoen euro in 2030. De optelsom van deze oude en nieuwe bezuinigingen op de gehandicaptenzorg komt in 2030 daarmee op ruim een half miljard euro! Eerlijk is eerlijk: hoe de nieuwe bezuiniging van het kabinet Jetten precies ingevuld gaat worden, is nog erg onduidelijk. In het coalitieakkoord staat eigenlijk alleen de ambitie dat ‘mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning’. Als het lukt om meer mensen thuis te laten wonen met passende ondersteuning en ze daardoor niet meer in een instelling terechtkomen en er daarmee kosten bespaard worden, dan zou deze bezuiniging op papier zo gek nog niet zijn. De vraag is echter hoe realistisch het ingeboekte bezuinigingsbedrag bij deze ambitie is, als je weet dat dit streven voor de grote groep mensen in de zwaardere zorg onhaalbaar is en het aan geschikte woningen ontbreekt voor de groep waarbij dit wellicht wel kan. Helaas werkt het in Den Haag zo dat een bezuinigingsopdracht zelden wordt verlaagd als de plannen toch onhaalbaar blijken. In dat geval zal ook deze bezuiniging kunnen leiden tot verdere tariefkortingen met bijbehorende zorgverschraling.

Zorgkosten = P x Q, aan welke knop draai je?

Er zijn twee knoppen waar je aan kunt draaien als je wil bezuinigen op de gehandicaptenzorg: minder mensen in laten stromen in de zorg (P) of de zorgvergoeding per persoon verlagen (Q). Als het lukt om minder mensen in zorg in te laten stromen omdat je ze een op een andere manier goed terecht kunt laten komen, dan is dat natuurlijk prima. Als dit alternatief ontbreekt, dan leidt bezuinigen op het aantal plekken in de zorg vooral tot langere wachtlijsten: meer mensen op de wachtlijst, die ook nog eens langer moeten wachten. Met toenemende problematiek tijdens die wachttijd. Als het lukt om de zorgkosten per persoon te verlagen, bijvoorbeeld door te snoeien in bureaucratie en administratie, dan zal dat vooral applaus opleveren. Maar als het budget per persoon omlaag gaat, zonder dat er duidelijke plannen zijn om bijvoorbeeld die bureaucratie te verlagen, dan gaan dergelijke tariefkortingen direct ten koste van de kwaliteit van de zorg en spreken we van zorgverschraling. De bezuinigingen van de kabinetten Rutte 4 en Schoof zijn tariefkortingen (P). De bezuiniging van het kabinet Jetten moet nog nader uitgewerkt worden.

Grote zorgen

Terecht dus dat alle partijen in en rond de gehandicaptenzorg zich grote zorgen maken over deze bezuinigingen. Veel oppositiepartijen delen deze zorgen. Zelfs premier Jetten gaf donderdag nog aan bereid te zijn andere financiële keuzes te maken ten gunste van de gehandicaptenzorg. De ministers in de studio bij ‘Café Kockelmann’ leken echter een ander signaal af te geven, dat weinig recht doet aan de grote dreiging van de hierboven geschetste bezuinigingen. Ik denk niet dat de oppositiepartijen die zich de afgelopen periode in de debatten over het coalitieakkoord en de regeringsverklaring uitspraken tegen deze bezuinigingen erg gerustgesteld het weekeinde in gingen... 

Rob Jetten in de Kamer aan het woord
Premier Jetten: 'Andere afwegingen binnen het VWS-domein mogelijk'

Zorgkosten in relatie tot BBP redelijk stabiel

Dan terug naar de twee frames waarmee ik dit blog begon. Op het eerste frame, de ‘ontploffende’ zorgkosten, is voor de gehele zorgsector al het nodige af te dingen. De zorgkosten stijgen, maar ongeveer net zo hard als onze welvaart. Als je de zorgkosten uitdrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product (BBP), dan is het beeld behoorlijk stabiel. Kortheidshalve verwijs ik voor een verdere toelichting hierop naar dit artikel van Radio 1. Voor wie op basis van de ramingen toch bang is voor een kostenexplosie is het zinvol goed naar de opbouw van die kostenramingen te kijken.

Pakketbeheer: medische zorg, niet over gehandicaptenzorg

De ramingen van de zorgkosten door het Centraal Planbureau (CPB) zijn gebaseerd op prijsontwikkelingen (inflatie, loonstijgingen, etc), demografie (leeftijdsopbouw, verwachte levensduur, etc) en overige ontwikkelingen. Dat kan gaan om nieuwe behandelingen en medicijnen die aan het zorgpakket toegevoegd worden of de ontwikkeling van de zorgzwaarte. Die laatste categorie speelt in de gehandicaptenzorg. Op de toevoeging van nieuwe behandelingen en medicijnen aan het pakket kan de politiek een rem zetten. Dat heeft natuurlijk grote gevolgen voor mensen die op een behandeling of medicijn zijn aangewezen dat dan niet vergoed zal worden, dus ik hou geen pleidooi om dit te doen, maar dat hier politieke discussie over plaatsvindt, is nog wel te begrijpen.

‘Het brood bij de bakker en een biertje in het café zijn nu ook (fors) duurder dan tien jaar geleden.’

Onvermijdelijke ontwikkelingen

De ramingen voor de toekomstige groei in de gehandicaptenzorg zijn echter vrijwel volledig gebaseerd op prijsontwikkelingen, demografische ontwikkelingen en toenemende zorgzwaarte. Bij prijsontwikkelingen gaat het zowel om stijgende lonen als om andere kosten die stijgen. Het brood bij de bakker, een biertje in het café of die nieuwe dakkapel zijn nu ook (fors) duurder dan tien jaar geleden. Om te kunnen blijven doen wat je deed, is ieder jaar iets meer geld nodig. Dat is logisch, onvermijdelijk en geldt eigenlijk voor alle uitgaven. Bij de demografische ontwikkelingen en de toenemende zorgzwaarte gaat het er bijvoorbeeld om dat mensen met een beperking nu ouder worden dan vroeger en dus langer zorg nodig hebben. Doordat steeds vaker sprake is van gedragsproblematiek bij cliënten neemt de zorgzwaarte toe. Ook dat zijn feiten waar je het mee zult moeten doen. Dus kijkt het CPB wat jaren vooruit en schat in hoeveel geld er dan nodig is. 

Geen extraatjes, maar inflatiecorrectie

Op papier klopt het dus dat er ieder jaar extra geld voor de gehandicaptenzorg wordt uitgetrokken, namelijk meer dan het jaar er voor. Maar met dit geld kan niets extra’s worden gedaan. Een politicus die benadrukt dat er zoveel extra geld naar de gehandicaptenzorg gaat, wekt daarmee de indruk dat er allemaal ‘extraatjes’ mogelijk worden gemaakt, maar in de praktijk gaat het dus gewoon om geld dat nodig is om de bestaande zorg te handhaven. Sterker nog: soms stijgen de kosten nog harder dan wat in de rekenmodellen wordt meegenomen. Bijvoorbeeld als de gemiddelde loonstijging wordt verrekend in de zorgtarieven, maar de werkelijke uitgaven flink stijgen omdat aanbieders veel personeel in moeten huren via uitzendbureaus omdat er een personeelstekort is. Dit extra geld is dus geen vetpot of ‘luxe’, maar hard nodig. 

(Voor de volledigheid is het goed om te benoemen dat de meeste zorgtarieven in 2026 wel éxtra zijn gestegen: de Nederlandse Zorgautoriteit berekende op basis van kostprijsonderzoeken dat de tarieven onder de kostprijs lagen en trok deze tarieven daarom op. Dit is dus wél extra geld, maar vooral een inhaalslag om achterstallig onderhoud in te lopen).

‘Minder meer’ is wél gewoon bezuinigen

Daarmee ben ik aangekomen bij het tweede frame: het zouden geen bezuinigingen zijn, maar het is slechts ‘minder meer’ geld. Ik hoop hierboven duidelijk gemaakt te hebben dat het geplande ‘meer’ voor de gehandicaptenzorg vrijwel volledig samenhangt met prijsstijgingen en ontwikkelingen in de samenstelling van de doelgroep. Als je deze ‘meerkosten’ niet meer volledig vergoedt, maar hier ‘minder meer’ van maakt, dan is dat dus wel degelijk een keiharde bezuiniging. Je kunt dan immers niet meer de zorg blijven krijgen die je kreeg, want het moet goedkoper. Bijvoorbeeld met minder personeel, en dus ook minder persoonlijke aandacht en zorg. Daarom is ‘minder meer’ een verwerpelijk frame. Ik vind het zorgelijk dat journalisten dit frame van politici zo makkelijk overnemen. Ze zouden dit frame juist met kritische vragen moeten bestoken. Hopelijk draagt dit blog daar aan bij…

 

Levenslang en levensbreed

Aan het begin van dit blog schreef ik dat de gehandicaptenzorg afwijkt van deze meeste andere zorgvormen. Dat licht ik graag nog even toe. Dit onderwerp is eigenlijk een apart blog waard, maar in het kort komt het hier op neer:

  • In een ziekenhuis lig je gemiddeld hoogstens enkele dagen, in een verzorgingshuis gemiddeld de laatste twee jaar van je leven, maar de zorg in de gehandicaptenzorg is veelal ‘levenslang en levensbreed’;
  • Het beroep dat op familie en naasten als mantelzorger wordt gedaan is in de medische zorg en de ouderenzorg ook intensief, maar veelal tijdelijk van aard. Voor verwanten in de gehandicaptenzorg is hun rol echter ook ‘levenslang en levensbreed’. Of zoals moeder Marike van Weelden van een zorgintensieve zoon het zegt: ‘Ik kan niet doodgaan’;
  • Een dokter probeert je beter te maken, de jeugdzorg streeft in principe naar herstel van een veilige thuissituatie, de fysiotherapeut behandelt je blessure. In de gehandicaptenzorg wonen en leven mensen, het gaat niet uitsluitend (en soms zelfs nauwelijks) over ‘zorg’ maar veel meer over dagbesteding, sociale contacten, persoonlijke ontwikkeling, meedoen, ondersteuning. Over het ‘hele leven’ dus;
  • Een ander belangrijk verschil tussen de curatieve zorg en de langdurige zorg is dat de toegang onafhankelijk wordt bepaald. Dat gebeurt door het CIZ, het centrum indicatiestelling zorg in opdracht van het ministerie van VWS. De zorgaanbieders hebben daar dus zelf geen invloed op, ze moeten de zorg bieden waar de cliënt recht op heeft. 

Wil je meer weten of heb je vragen of opmerkingen?

Neem contact op met Stijn Verbruggen
Telefoonnummer
06-15862082
Stijn Verbruggen

Deze pagina is een onderdeel van