CAO Gehandicaptenzorg 2019-2021

Hoofdstuk 3: Algemene verplichtingen werkgever en werknemer

Artikel 3:5 Vergoeding schade aan werknemer

Onverminderd de wettelijke aansprakelijkheid van de werkgever voor de schade die de werknemer in de uitvoering van zijn werkzaamheden lijdt, gelden onderstaande bepalingen.

  1. Materiële schade welke aan de werknemer is toegebracht door een cliënt en welke redelijkerwijs niet kon worden voorkomen, wordt door de werkgever op basis van de vervangingswaarde vergoed, conform de onderstaande bepalingen.

  2. Onder materiële schade wordt ten dezen uitsluitend verstaan:

    1. schade aan goederen van de werknemer;

    2. schade ten gevolge van verwonding, voorzover het betreft herstelkosten en kosten wegens blijvende invaliditeit, een en ander voor ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de schadeveroorzakende gebeurtenis plaatsvond.
       

    De onder a en b genoemde schaden worden tezamen vergoed tot een maximum van € 2269,- per gebeurtenis.
  3. Om voor vergoeding in aanmerking te komen dient de werknemer aan te tonen dat:

    1. een cliënt de schade heeft toegebracht;

    2. hij op geen andere wijze te dezer zake schadeloos gesteld kan worden;

    3. de schade is toegebracht in de uitoefening van zijn functie;

    4. hij zich overigens naar het oordeel van de werkgever genoegzaam heeft verzekerd voor risico's, waarvan zulks gebruikelijk is.

  4. Door de werknemer op grond van dit artikel schadeloos te stellen, treedt de werkgever tot een maximum van € 2269,- in de rechten van de werknemer die deze mocht hebben tegenover degene die schade heeft veroorzaakt.

  5. De werknemer wordt geacht kleding te dragen c.q. goederen bij zich te hebben die dienstig zijn aan de functie van de werknemer en de kenmerken en risico’s van de cliëntenpopulatie van de instelling.